De graafwerkzaamheden voor de ondergrondse sloop van de oude bebouwing van het woonhuis en het
uitgraven van de bouwkuipen voor de nieuwbouw van het woonhuis en de schuur zijn in twee
werkputten gedocumenteerd, WP1 en WP2. Bij het onderzoek zijn weinig archeologische sporen en
vondsten aangetroffen. Dit heeft grotendeels te maken met het feit dat de ontgravingen voor de
bouwblokken vrij ondiep waren en de natuurlijke bodem onder het esdek, waarin de arc heologische
resten vooral verwacht konden worden, alleen aan de noordkant van WP2 en (over een zeer klein
oppervlak) aan de zuidkant van WP1 is bereikt. De ontgravingen vonden vooral plaats in het esdek en
in een oude akkerlaag, waarin alleen (sub-)recente sporen aanwezig waren (een kavelsloot, de
grondverbetering van het oude woonhuis en een gemetselde waterput). Het enige oudere spoor dat is
gevonden, betreft een onder het esdek gelegen esgreppel. Zowel deze esgreppel als het esdek dateren
waarschijnlijk van na de vroege middeleeuwen.
De enige vondsten die bij het onderzoek zijn geborgen betreffen drie scherven van een nieuwetijdse
voorraadpot van Fries aardewerk. Dit aardewerk dateert vanaf de 18e tot in de 20e eeuw en is
gevonden in een recente verstoring. Gezien de datering en de vondstlocatie horen deze vondsten bij
het gesloopte woonhuis.