Ede. Plangebied Horalaan 5. Archeologisch bureauonderzoek.

DOI

Ter plekke van het plangebied gaat een herontwikkeling plaatsvinden. in het kader van deze herontwikkeling is er een bureauonderzoek uitgevoerd om in kaart te brengen op welke plekken eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zouden raken als gevolg van de graafwerkzaamheden.In principe kunnen er op basis van de ouderdom van de aanwezige gestuwde afzettingen archeologische resten vanaf het paleolithicum worden aangetroffen binnen het plangebied. Op basis van de ligging van het plangebied op een relatief droge en hoge flank van een stuwwal op de overgang naar lager gelegen (droge) dalen, de mogelijke aanwezigheid van vruchtbare moderpodzolgronden en het ontbreken van duidelijke aanwijzingen van recente verstoringen van de bodem kan de middelhoge verwachting uit de gemeentelijke verwachtingskaart, met uitzondering van drie bebouwde en mogelijk verstoorde locaties, worden bijgesteld naar een hoge verwachting voor het gehele plangebied. Eerder onderzoek binnen de gemeente Ede laat zien dat er langs droge dalen een specifiek hoge trefkans bestaat op het aantreffen van nederzettings- en grafresten uit de midden-steentijd en uit de late-steentijd/vroege bronstijd. Voor de drie mogelijk verstoorde gebieden geldt vooralsnog een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf het paleolithicum tot en de Romeinse tijd. Specifiek worden er archeologische resten uit de periode paleolithicum tot en met het de Romeinse tijd verwacht (complextypen: jacht- en/of verzamelaarskampement, nederzetting, grafveld, grafheuvel, akkers). Ter plekke van de vanaf de jaren 30 van de 20ste eeuw gerealiseerde bebouwing is vanwege de fundering op staal de kans op een verstoring van het bodemprofiel dusdanig groot, dat voor deze locaties een lage verwachting op het aantreffen van nog intacte archeologische resten geldt. Het plangebied was gedurende de middeleeuwen en de nieuwe tijd vermoedelijk voornamelijk in gebruik geweest als bos, heide en/of stuifzandgebied. Mogelijk bevinden zich binnen het plangebied nog sporen van een laatmiddeleeuwse wildwal, die destijds op de flank van de noord-zuid lopende stuwwal was aangelegd van Wageningen naar Lunteren. Deze had als doel wild uit de bossen op de stuwwal van de lager gelegen akkers te houden. Voor de perioden middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt voor het plangebied derhalve een lage verwachting op het aantreffen van nederzettingsresten en een middelhoge trefkans op het aantreffen van WOII resten (schuilkelders, bomkraters) en boswallen/lineaire structuren.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-22U-F2G8
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-22U-F2G8
Provenance
Creator Kalisvaart, drs. C.C.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor C.C. Kalisvaart; BAAC bv
Publication Year 2012
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact C.C. Kalisvaart (BAAC bv)
Representation
Resource Type Dataset
Format text/xml; application/pdf
Size 6387; 5931238; 6422; 979; 6883
Version 1.0
Discipline Humanities