Het booronderzoek wijst uit dat in het zuidoosten van het plangebied ophogingslagen zijn aangetroffendie duiden op een huiswierde ter plaatse van een omgracht terrein. Het vondstmateriaal in deaangetroffen ophogingslagen bevat baksteenpuin waaruit blijkt dat de periferie van het erf in de latemiddeleeuwen/nieuwe tijd gedateerd kan worden. Mogelijk staat de boerderij op een ouder deel van dewierde. Ook op andere historische erven in het zuidoosten van het plangebied, aan deRijksweg/Damsterdiep, zijn ophogingslagen en/of sporen aangeboord. Deze houden vermoedelijk geenverband met een wierde. Ook in de rest van het plangebied ontbreken aanwijzingen voor deaanwezigheid van een wierde.In het westen en zuiden van het plangebied zijn, deels op oudere geulafzettingen,kwelderwalafzettingen aanwezig. In twee boringen is de top van de kwelderwalafzettingen mogelijkoudtijds verstoord. In de rest van deze zone zijn nog geen aanwijzingen voor archeologischevindplaatsen aangetroffen.Buiten de Fivelgeul zijn op veel plaatsen in het plangebied vegetatielaagjes in de getij-afzettingen (ensoms in de kwelderwalafzettingen) aangetroffen. De vegetatielaagjes zullen zijn ontstaan in periodesdat de zee minder invloed had op het gebied en vegetatie de kans kreeg om op de klei-/zandafzettingen te groeien. In deze periodes is het gebied mogelijk ook voor de mens interessantgeweest om te bewonen of exploiteren. In één boring is een spikkel verbrande leem in de (overslibde)bovenste vegetatielaag aangetroffen. In de nabij gelegen boring zijn de vegetatielagen schuinaangesneden in de boor. Mogelijk duidt dit op antropogene invloed (bijvoorbeeld plaggen). In eenandere boring is mogelijk een mestlaag aanwezig die mogelijk ook wordt afgedekt door natuurlijke klei.Andere archeologische lagen/sporen bevinden zich in het plangebied direct onder de bouwvoor/recentverstoorde laag of een laag opgebracht bouwzand op een diepte variërend van 0,1 tot 1,0 m -mv.Meestal gaat het om een laag verstoorde klei met vaak spikkels baksteenpuin en spikkels houtskool. Omdat weinig goed dateerbaar materiaal is aangetroffen, is het niet altijd duidelijk op welk moment eenverstoring is veroorzaakt. Op basis van historische kaarten is het echter duidelijk dat het in een aantalboringen waarschijnlijk om sloten en erven uit 1832 of de periode daarvoor zal gaan. Andere boringenbevinden zich op locaties waar aan het eind van de 19e /begin van de 20e eeuw (of in de jaren ’50)bebouwde erven zijn ontstaan.Tenslotte zijn er boringen waarin een verstoorde laag is aangetroffen onder de bouwvoor/recentverstoorde laag, maar die zich op basis van historische kaarten niet op locaties bevinden waar voor dejaren ‘60/’70 van de vorige eeuw sprake was van bebouwing. De laag zou kunnen zijn ontstaan door deaanleg van de wijk, maar zou ook een oudere oorsprong kunnen hebben.