BO IVO-V Stuijvenburchstraat te Eerbeek Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Stuijvenburchstraat te Eerbeek, gemeente Brummen (GD)

DOI

Laagland Archeologie heeft in januari 2021 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Stuijvenburchstraat te Eerbeek. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande aanbouw van de aanwezige supermarkt en de vergroting van de bijbehorende parkeergelegenheid.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Op basis van archeologische vindplaatsen in de omgeving, de (vermoedelijke) ligging op een daluitspoelingswaaier en de aanwezigheid van een vermoedelijk deels intact plaggendek worden resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd verwacht. Voor deze perioden geldt een middelhoge archeologische verwachting vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met het vroeg-Neolithicum. Het plangebied ligt binnen ca. 100 m afstand van de Eerbeeksche Beek. Landschappelijk gezien lag het plangebied daarmee in een gradiëntzone die vaak favoriet waren als tijdelijke vestigingsplek (kampementen) voor jagers-verzamelaars. Omdat het plangebied lange tijd in gebruik is geweest als bouwland en later deels bebouwd werd, is de archeologische verwachting middelhoog voor de perioden vanaf het Laat-Paleolithicum tot Vroeg-Neolithicum. Een hoge archeologische verwachting is geldig voor de perioden vanaf het midden-Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd. Vanaf het midden-Neolithicum tot Nieuwe tijd kunnen goed bewaarde nederzettingen en grafvelden worden aangetroffen, omdat deze waarschijnlijk onder een goed beschermend plaggendek liggen. Het plangebied grenst aan AMK-terrein 12829 (Terrein met daarin een grafveld uit de Vroege Middeleeuwen). De oostelijke helft van het plangebied bevindt zich volgens de gemeentelijke verwachtingskaart in een zone met een vastgestelde (zeer) hoge archeologische waarde.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat in het plangebied archeologische sporen aanwezig zijn. In alle verkende boringen is een onverstoorde ondergrond met een plaggendek en/of resten van een Bs-horizont aanwezig (zie Bijlage 11).Op het noordelijk deel van het terrein ligt het archeologisch niveau op ca. 17,2 m +NAP, terwijl het archeologisch niveau van het zuidelijk deel waarschijnlijk een helling vormde en de hoogte van het archeologisch niveau varieert van 17,45 tot 17,80 m +NAP . Het is gebruikelijk dat een bufferzone van minimaal 20 cm tussen diepte verstoring en top archeologische niveau wordt aangehouden. Om die reden wordt geadviseerd van een archeologisch vervolgonderzoek af te zien als bodemingrepen op het noordelijk deel beperkt blijven tot 17,40 m +NAP (110 à 150 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld) en 18,00 m +NAP (80 à 130 cm diepte t.o.v. huidig maaiveld) op het zuidelijk deel van het terrein (zie advieskaart in Bijlage 12). Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems) als er bodemingrepen dieper dan deze geadviseerde niveaus worden uitgevoerd. Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek Een (selectie)besluit op dit advies dient te worden genomen door de gemeente Epe, hierin vertegenwoordigd door de regio-archeoloog Stedendriehoek, de heer H. G. Pape-Luijten.Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-223-szra
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-223-szra
Provenance
Creator JJA Wijnen
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Laagland Archeologie
Publication Year 2021
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/octet-stream; application/dbf; application/prj; application/shp; application/shx; application/pdf; text/xml
Size 5; 826; 433; 705; 324; 164; 5139601; 8860; 8491; 3289; 1190; 1343; 1815; 830; 1448; 4228; 10326; 3982; 1851; 1148; 1678; 1831; 1895; 2143; 1750; 1266; 1624; 2060; 1391; 1626814; 978; 1602; 173796; 1445; 977; 1280; 1588697; 907; 1208; 2963; 980; 38289; 1470; 2124; 2075; 1444; 1813; 1524; 2250; 46896; 119; 588; 108; 3657; 519433
Version 1.0
Discipline Humanities