Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor een bouwplan aan de Linie 27 te Uden. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische resten bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied.De beoogde ingreep bestaat uit het uitbreiden van het distributiecentrum op de locatie. Het plangebied ligt de westzijde van de Peelhorst. Het plangebied ligt in een golvend dekzandgebied waar zich volgens de bodemkaart hoge zwarte enkeerdgronden bevinden. De zuidkant van het plangebied ligt vrij laag en is lang als weide gebruikt. Hier hebben zich volgens de bodemkaart beekeerdgronden ontwikkeld.Op de geraadpleegde kaarten is het plangebied onbebouwd tot eind 20e eeuw als het huidige distributiecentrum wordt gebouwd. De laatmiddeleeuwse historische kernen van Uden en Volkel liggen op enkele kilometers afstand. 200 m ten oosten van het plangebied ligt de woonkern Lankes. Een groot deel van het plangebied is tot in de 20e eeuw onderdeel van het Lankese Veld. In het plangebied bevinden zich geen (delen van) AMK terreinen en geen archeologische vondstmeldingen. Er zijn in het plangebied geen historisch bekende erven. Bij archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied zijn tot op heden nog geen behoudenswaardige archeologische resten gevonden. Het noordelijke deel van het plangebied, kadastraal perceel 65, is in 2004 onderzocht. Daarbij zijn geen archeologische resten aangetroffen en het perceel is vrijgegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart.In het plangebied zijn 45 handboringen gezet en zijn vijf profielputjes gegraven. Dit veldonderzoek bevestigt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand waarop een oud bouwlanddek ligt. In het zuidoosten liggen beekeerdgronden. Onder het bouwlanddek zijn op veel plaatsen nog B-horizonten aanwezig. De top van de B/BC-horizont of de C-horizont als de B/BC-horizont ontbreekt, is een potentieel archeologisch niveau. De zone waar rekening moet worden gehouden met archeologische resten is aangegeven op een figuur achterin het rapport. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan bodemingrepen in deze zone nader te bepalen of archeologische resten aanwezig zijn (kartering) en wat daarvan de waarde is (waardering) door middel van een proefsleuvenonderzoek.De werkwijze van dergelijk onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).Bovenstaande vormt een selectieadvies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (gemeente Maashorst) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijk omgang met eventueel aanwezige archeologische resten binnen het plangebied.Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Maashorst.