Eindrapportage archeologisch bureauonderzoek (23341.002) Bulkweg 8 te Tiel

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Het onderzoeksgebied ligt in het Midden-Nederlandse rivierengebied en op basis van de verzamelde landschappelijke gegevens had het plangebied vanaf het (Laat-)Paleolithicum t/m de Midden-Bronstijd (Jagers-Verzamelaars en (Vroege-)Landbouwers) een ligging binnen vlechtende riviervlakte (Terras X), overgaand naar een ligging binnen een komgebied. Voor bewoning zal het plangebied tijdens deze perioden waarschijnlijk geen gunstige ligging hebben gehad, vooral in de tijd dat het een nat komgebied betroffen dat waarschijnlijk regelmatig overstroomde.

Vanaf de Late-Bronstijd kwam het plangebied binnen de Bommel en navolgende Echteld stroomgordel te liggen (overerving, waarbij de Echteld stroomgordel ter hoogte van het plangebied dezelfde positie innam als de Bommel stroomgordel. De Bommel stroomgordel was actief van circa 1125 tot 389 voor Chr. (Late-Bronstijd t/m Midden-IJzertijd), de Echteld stroomgordel vanaf circa 826 voor Chr. tot 121 na Chr. (Vroege-IJzertijd t/m Midden-Romeinse tijd). Binnen de begrenzing van de stroomgordel zullen oudere afzettingen (oudere komafzettingen en de top van de Pleistocene rivierafzettingen) zijn geërodeerd. Archeologische resten en sporen ouder dan de Late-Bronstijd zullen hierbij in het plangebied logischerwijs ook zijn geërodeerd. Verspoelde toevalsvondsten zijn nooit uit te sluiten maar de kans hierop is laag. Aan weerszijden van de stroomgordelzone werden ook oeverwallen gevormd. Vanaf zeker de IJzertijd zal het plangebied geschikt zijn geweest voor bewoning. De ligging op een oeverwal dan wel een kronkelwaardrug, gaf de beschikking van voldoende areaal bouwland (akkergronden) en het houden van vee, en daarmee de ontwikkeling van een nederzetting((s)complex). Dit blijkt ook uit de diverse vindplaatsen die zijn aangetroffen tijdens omvangrijke opgravingen uitgevoerd voor het bedrijvenpark Medel, welke zich voor een groot deel uitstrekt over de stroomgordel van Echteld.

Vanaf de Late-IJzertijd is de huidige riviertak van de Waal ontstaan (vanaf circa 210 voor Chr.), waarvan de stroomgordelbegrenzing zich circa 800 meter ten zuiden van het plangebied bevindt. Het plangebied behield waarschijnlijk een voldoende gunstige ligging voor bewoning, maar waarschijnlijk vormde de langs de Waal gevormde oeverwallen de meest geschikte bewoningslocaties vanaf de Romeinse tijd. Bij een intacte oorspronkelijke bodemopbouw geldt voor het plangebied een hoge verwachting op resten uit de perioden Late-Bronstijd t/m IJzertijd en een middelhoge verwachting voor de perioden Romeinse tijd t/m Middeleeuwen. Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag, aangezien geraadpleegd historisch kaartmateriaal geen aanwijzingen geeft dat binnen het plangebied dan wel in de directe omgeving van het plangebied een historische huisplaats heeft gelegen. Het laatmiddeleeuwse Huis Latestein heeft op een vrij aanzienlijke afstand van het plangebied gestaan (circa 500/550 meter ten zuidoosten).

Verspreid binnen het plangebied hebben al diverse bouwwerkzaamheden plaatsgevonden van verschillende bedrijfsloodsen en enkele bedrijfswoningen. Beschikbare gegeven van een bouwvergunning voor het adres Bulkweg 8 laat zien dat de voorheen in het noordwestelijke deel van het plangebied aanwezige kantoor- en opslagruimte en een toonzaal voorzien waren van strook-/sleuffunderingen tot circa 105 cm -mv. Te verwachten is dat hiervoor de bodem binnen het voorheen bouwoppervlak minimaal tot deze diepte is geroerd/afgegraven (aanleggen van een bouwput). Ook is de verwachting dat voor de voorheen aanwezige bedrijfswoningen en een aantal van de bedrijfsloodsen voorzien zullen zijn geweest van stampbetonfunderingen/strook-/sleuffunderingen, welke normaliter op een diepte van minimaal 80 cm -mv dan wel dieper worden aangelegd. Hier zal een groot deel van het te verwachten pakket oever-/stroomgordelafzettingen van de Echteld stroomgordel zijn verstoord.

Tevens maakt het plangebied deel uit van een omvangrijk terrein waarvoor in 2005 een archeologisch vooronderzoek is uitgevoerd. Boringen die zijn gezet op de grens dan wel net binnen het noordelijke tot noordoostelijke deel van onderhavig plangebied, laten zien dat er sprake is van een verstoorde bodemopbouw, waarbij de verstoringen dieper reiken dan het archeologisch interessante niveau en er daardoor ook niet meer in situ gelegen archeologische resten dan wel sporen worden verwacht.

Verder laten resultaten van een in 2011 uitgevoerd milieuhygiënisch bodemonderzoek zien dat er verspreid binnen het gehele plangebied in de bodem bijmengingen van modern puin, glas, plastic, metaal, kolengruis, baksteen en asfalt zijn waargenomen/aangetroffen, tot dieptes van minimaal 85 en maximaal 150 cm -mv en veelal dieper dan de bovenste 100 cm van de bodemopbouw. Ook laten verschillende boringen tot veelal bijna 100 cm een pakket van puur zand zien, wat zeer waarschijnlijk stabilisatie/opvulzand betreft (gestort nadat graaf- en/of bouwwerkzaamheden hadden plaatsgevonden). Het geeft duidelijk aan dat binnen het gehele plangebied bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd, vanaf het moment dat het in gebruik werd genomen als bedrijfsterrein dan wel tijdens verschillende bouw- en herinrichtingswerkzaamheden. Dit sluit ook goed aan bij de resultaten van de archeologische boringen die op de grens dan wel net binnen het noordelijke tot noordoostelijke deel van onderhavig plangebied (zoals hierboven aangegeven).

Conclusie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat op basis van de landschappelijke/paleogeografische ontwikkeling voor het plangebied oorspronkelijk een hoge verwachting geldt op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Late-Bronstijd t/m IJzertijd en een middelhoge verwachting voor de perioden Romeinse tijd t/m Middeleeuwen. Diverse bouwwerkzaamheden verspreid binnen het plangebied en vooral gegevens van milieuhygiënisch bodemonderzoek (uitgevoerd binnen het gehele plangebied) en archeologisch vooronderzoek (boringen gezet op de grens dan wel net binnen het noordelijke tot noordoostelijke deel van onderhavig plangebied), laten zien dat verspreid binnen het gehele plangebied al bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd/het gehele plangebied gekenmerkt wordt door grootschalige bodemverstoringen. Verstoringen reiken dieper dan het archeologisch interessante niveau, waar-oor in situ gelegen archeologische resten dan wel sporen niet meer worden verwacht.

Advies Door Econsultancy wordt de aanbeveling gedaan om, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen archeologisch aanvullend onderzoek/vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Tiel), die vervolgens het advies over neemt of niet.

Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Tiel wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Tiel op de hoogte te stellen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/WPE6JB
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/WPE6JB
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 34008735
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem