Bureau voor Archeologie heeft een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Buitenbrinkweg 36 te Ermelo. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op basis van BRL 4000 en in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4003. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied.De beoogde ontwikkeling bestaat uit de sloop van de kapschuur en de bouw van een twee-onder-één kap woning. De exacte verstoringsdiepte is nog niet bekend maar zal waarschijnlijk reiken tot 80 cm -mv.Het plangebied ligt in het Midden Nederlandse dekzandgebied op een dekzandrug. Op basis van de kadastrale minuut uit 1832 is het plangebied deels in gebruik als akker en deels als tuin. Op de bodemkaart is in het plangebied een laardpodzolgrond gekarteerd. Deze gronden beschikken over een 30 tot 50 cm dikke cultuurlaag die deels door plaggenbemesting is gevormd. Hieronder ligt een humuspodzol-B. Vanwege de conserverend werking van het cultuurdek kunnen in het plangebied intacte archeologische resten aanwezig zijn. Het vondstniveau wordt verwacht onderin het plaggendek, in een 'cultuurlaag' (een doorwerkte oude bodem tussen het plaggendek en de ongeroerde ondergrond met kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, vuursteen of houtskool). In de top van de C-horizont kunnen archeologische sporen voorkomen. Op basis van het ontbreken van aanwijzingen voor historische bebouwing wordt de kans op resten uit de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd klein geacht.In het plangebied zijn vier boringen gezet tot maximaal 150 cm -mv. Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit dekzand. In drie van de vier boringen ligt hierop een menglaag (AC-horizont). Het bovenste pakket is een restant van een A-horizont of eerdlaag. De verwachte grond is niet aanwezig. De boorprofielen zijn verstoord tot een diepte van minimaal 60 en maximaal 120 cm -mv. Het sediment is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm. Dit heeft enkel artefacten uit de 19e tot en met de 20e of 21e eeuw opgeleverd. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem recent is omgewerkt.Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden.Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat toch archeologische resten worden aangetroffen bij de graafwerkzaamheden. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2016. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Ermelo.
Buitenbrinkweg 36, Ermelo, gemeente Ermelo: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en karterende fase
Date: 2017-04-04 (startdatum)
Date: 2019-03-05 (einddatum)