Het erf langs de Reth; een Ottoonse huisplaats in het plangebied Medel Afronding, gemeente Tiel; archeologisch onderzoek: een opgraving Het erf langs de Reth; een Ottoonse huisplaats in het plangebied Medel Afronding, gemeente Tiel; archeologisch onderzoek: een opgraving

DOI

Het Bedrijvenpark Medel zal de komende tijd worden uitgebreid met de locatie Medel Afronding, gelegen ten oosten van het bestaande bedrijvenpark. Het landschap waarbinnen de uitbreiding zal plaatsvinden is rijk aan archeologische vindplaatsen, zoals eerder al is gebleken tijdens de realisatie van Medel 1. Om de archeologische resten binnen de uitbreidingslocatie in kaart te brengen heeft in 2014 een proefsleuvenonderzoek plaatsgevonden. Hierbij zijn, naast resten uit de prehistorie en Romeinse tijd, aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een boerenerf uit de Ottoonse tijd of het begin van de volle middeleeuwen. Dit erf kon in 2014 door middel van een opgraving geheel worden onderzocht.Het erf is gelegen ten oosten van een brede (rest) geul. Deze geul is nu nog herkenbaar in het landschap als lager gelegen, nat gebied, op historisch kaartmateriaal vermeld als de Reth. Ten westen van de geul ligt een grote nederzetting die waarschijnlijk vanaf de Romeinse tijd tot en met de late middeleeuwen vrijwel continu bewoond is geweest: de Hoge Hof. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn ten oosten van de geul in eerste instantie in één proefsleuf middeleeuwse sporen aangesneden. Geen van de proefsleuven er omheen heeft sporen of vondsten uit deze periode opgeleverd. Er is dus sprake van een enigszins geïsoleerd in het landschap gelegen boerenerf, buiten de grotere, gelijktijdig bewoonde nederzetting. Dit is opvallend, aangezien in het rivierengebied nog geen voorbeelden van losse erven, buiten de nederzetting bekend zijn. Eén van de belangrijkste doelen bij de opgraving was dan ook een verklaring te zoeken waarom de bewoners van het erf langs de Reth niet binnen de grotere nederzetting zijn gaan wonen, maar juist aan de overkant van de geul. Mogelijk had het erf een specifieke functie die niet binnen de nederzetting gewenst was of hadden de bewoners een andere sociale status.Uit de analyse van de vondsten blijkt dat het erf slechts kort bewoond is geweest, vermoedelijk slechts één of hooguit enkele generaties. Vanwege deze korte bewoningsduur zijn de sporen binnen de vindplaats niet vergraven door latere bouwactiviteiten, wat vaak wel het geval is bij vergelijkbare gelijktijdig bewoonde nederzettingen. Hierdoor komt bij de meeste opgravingen van nederzettingen uit de volle middeleeuwen een brei aan sporen aan het licht waarin het moeilijk is individuele gebouwen te herkennen of met zekerheid sporen aan te wijzen die gelijktijdig in gebruik zijn geweest. In plaats daarvan is in Medel – De Reth een compleet erf zichtbaar waarin de verschillende onderdelen grotendeels gelijktijdig in gebruik zullen zijn geweest. We zien dus eigenlijk een momentopname van een erf en de activiteiten die zich daarop hebben afgespeeld.Het erf wordt aan alle zijden begrensd door een regelmatig gevormde, rechthoekige greppelstructuur en is ingedeeld in zeven afzonderlijke stroken. Op basis van de sporen op de verschillende delen van het erf lijkt het er op dat ieder deel van het erf een eigen functie heeft gehad. Het grootste deel van het erf wordt in beslag genomen door een brede, ovale greppel waarbinnen waarschijnlijk een huis heeft gelegen. Zowel de vorm als de afmetingen van de greppel (waarmee een ruimte wordt begrensd met een lengte van ruim 29 meter en een breedte van ruim 12 meter) komen overeen met afmetingen van huizen uit de Ottoonse tijd en de volle middeleeuwen. Daadwerkelijke sporen van een huis zijn echter niet aangetroffen. Mogelijk is het huis gefundeerd geweest op een wijze die weinig sporen in de ondergrond achterlaat, bijvoorbeeld een vakwerkconstructie. Een andere mogelijkheid is dat de huisplaats zelf is opgehoogd met behulp van de vrijkomende grond uit de brede greppel en de erfgreppels. Dit is alleen lastig te bewijzen. Het deel van het erf dat binnen de greppel is gelegen kan met behulp van de vrijkomende grond uit de greppels met 60 cm zijn opgehoogd. Dit idee lijkt te worden bevestigd door verschillende oudere omwonenden die weten te vertellen dat vroeger op de plaats van het erf een verhoging zichtbaar was in het land en dat deze ten behoeve van de landbouw is geëgaliseerd.Op het oostelijke deel van het erf was een roedenberg gelegen, een bijgebouw met een in hoogte verstelbaar dak dat werd gebruikt voor de opslag van gewassen. Om de voorraden te beschermen tegen ongedierte zoals muizen werden in de middeleeuwen tot in meer recente tijd potten begraven rondom een opslagplaats. Deze werden vermoedelijk gedeeltelijk gevuld met water zodat, als een muis hier eenmaal in terecht was gekomen, deze niet meer kon ontsnappen.Ook in Medel is in één van de paalkuilen van de roedenberg een ingegraven pot gevonden. Hierin zijn echter geen muizenbotten aangetroffen; vermoedelijk werden de muizenvallen met enige regelmaat geleegd.In het centrale deel van het erf, tussen de huisgreppel en de roedenberg, liggen verschillende zogenaamde greppelkuilen, kuilen die wellicht gebruikt zijn voor bepaalde ambachtelijke activiteiten. Waar deze sporen precies voor gebruikt werden is niet duidelijk. Er wordt soms gedacht aan metaalproductie, aan het opslaan van mest of het roken van vlees. Het lijkt er dus op dat ieder deel van het erf zijn eigen functie had: wonen in het westelijke deel, werken (specifieke ambachten?) in het midden en opslag in het oosten.In de sporen op het erf zijn veel vondsten gedaan, waaronder ruim 2.400 fragmenten aardewerk.Dit aardewerk bestaat voor het grootstel deel (ruim 64%) uit in de regio vervaardigde kogelpotten.Het overige aardewerk betreft geïmporteerd aardewerk uit de omgeving van Pingsdorf (24%) en Paffrath (12%). Opvallend is de uniformiteit in de kogelpotbaksels, die van degelijke kwaliteit en met zorg gemaakt zijn. Onduidelijk is of deze vormen lokaal en in de directe regio zijn vervaardigd of toch tot interregionale import gerekend moeten worden. Op grond van de vorm van de potten en de verschillende versieringsvormen wordt duidelijk dat het erf in gebruik moet zijn geweest in de eerste helft van de 11e eeuw. De keramiekscherven onderschrijven dat in het westen en midden van het plangebied sprake was van een woon- of werkgedeelte. Hier werden in de huisgreppel de meeste vondsten gedaan met de grootste variatie in vorm en functie (vooral kookgerei, in mindere mate opslag- en tafelgerei). Op het oostelijke deel van het erf zijn vrijwel geen vondsten gedaan.Opmerkelijk is dat het westelijke, vermoedelijke woongedeelte vondstarm en het centrale deel van het erf juist vondstrijk was: de mestkuilen en huisgreppeldelen met de grootste afstand tot het woongedeelte bevatten het meeste keramische afval.De dierlijke botten laten ons zien welke dieren op het erf aanwezig zijn geweest en op het menu stonden. Het grootste deel, ruim 60%, bestond uit rund. Een groot deel van de runderen zal op het erf gefokt zijn voor het vlees. Na runderen maakten varkens het grootste deel uit van de veestapel.Deze werden op het erf gehouden en ook geslacht voor het vlees. Naast het vlees van volwassen varkens stond er ook speenvarken op het menu. Opvallend is het percentage paard dat op het erf werd gehouden. Met zo’n 16% was het aandeel paard bijna net zo hoog als van de varkens. Het paard werd niet alleen gehouden als last- en rijdier maar, afgaande op het aantal slachtsporen op de paardenbotten, ook regelmatig gegeten. Dit is opvallend, aangezien er in de middeleeuwen (en nu in zekere zin nog steeds) een taboe rustte op het eten van paardenvlees. Hier werd duidelijk bij tijd en wijle een uitzondering op gemaakt. Schaap maakte met ruim 6% slechts een klein deel uit van het dieet en werd vermoedelijk niet op het erf zelf gehouden, maar elders ingekocht. Er zijn namelijk alleen ribben en elementen uit het bovenste deel van de poten gevonden: opperarmbeen en spaakbeen, dijbeen en scheenbeen. Vooral de eetbare delen dus, wat ook is te zien aan de vele snijsporen op de schapenbotten. Door het ontbreken van bijvoorbeeld spinklosjes zijn er verder op het erf ook geen aanwijzingen gevonden voor de productie en verwerking van wol. Ook dit werd wellicht ergens anders ingekocht. Als laatste zijn botten van hond, eend, gans en haan gevonden in de verschillende sporen van het erf, zodat een compleet beeld ontstaat van het vee, huisdieren en wild dat op het erf aanwezig was.Naast slachtafval zijn verschillende benen voorwerpen gevonden, waaronder een deel van een fluit, gemaakt uit een schapenbot. Verder is een dekplaat van een kam van vermoedelijk hertengewei gevonden en zijn vier middenhands- of middenvoetsbenen van paarden gebruikt als glis, een voorloper van de schaats. Deze werden onder de voeten gebonden en in combinatie met prikstokken gebruikt om over het ijs te glijden.Uit de verkoolde zaden die in verschillende sporen zijn gevonden kan worden afgeleid welk voedsel naast het hierboven beschreven vlees werd genuttigd. De monsters bevatten Spelttarwe, Haver, Erwt en Tuinboon. Daarnaast zijn zaden van akkeronkruiden Dreps en Kleefkruid gevonden die waarschijnlijk met het graan op het erf zijn gekomen. Samen met delen van de steel van Spelttarwe wijzen de botanische resten er op dat de gewassen lokaal zijn verbouwd en op het erf verder zijn verwerkt. De gewassen werden waarschijnlijk opgeslagen in de roedenberg op het oostelijke deel van het erf.Opvallend is verder nog het voorkomen van enkele fragmenten van een menselijke schedel, gevonden in de huisgreppel. Deze vondst is lastig te verklaren, aangezien in de omgeving van het erf geen aanwijzingen zijn voor menselijke graven. Het dichtstbijzijnde grafveld waarin onverbrande menselijke resten zijn aangetroffen ligt op ongeveer 500 m ten noorden van het middeleeuwse erf.Hoewel hier geen aanwijzingen voor zijn, valt er wellicht te denken aan gevechtshandelingen die samenhangen met aanvallen die op Tiel hebben plaatsgevonden. Een poging om het bot door middel van 14C-analyse te laten dateren is helaas niet gelukt. Het kan dus niet worden uitgesloten dat het gaat om oudere botresten die los staan van de bewoning in de middeleeuwen.Alles bij elkaar overziend heeft het onderzoek belangrijke informatie opgeleverd over de middeleeuwse bewoning in de omgeving van Tiel. Op basis van zowel de samenstelling van het aardewerk (waarbij het voornamelijk gaat om eenvoudig gebruiksaardewerk), de verkoolde zaden (die er op duiden dat in de omgeving van het erf gewassen werden verbouwd die op het erf verder werden verwerkt) en de dierlijke botten, wordt duidelijk dat het gaat om een boerenerf met een gemengde bedrijfsvoering. Zo op het eerste gezicht zijn er dus weinig bijzonderheden die de geïsoleerde ligging van het erf zouden kunnen verklaren. Wat wel opvallend is, is het hoge percentage paarden ten opzichte van de rest van de veestapel dat op het erf is gehouden.Dit is met ruim 15% aanzienlijk hoger dan vergelijkbare vindplaatsen, waar dit percentage gemiddeld tussen 5% en 6% bedraagt. Het percentage is vergelijkbaar met het als uitzonderlijk rijk bestempelde erf in Kapel-Avezaath – Muggenborg, maar alleen een hoog percentage paarden lijkt onvoldoende om het erf in Medel ook als rijk te bestempelen. Wat verder mogelijk als afwijkend van andere boerennederzettingen mag worden gezien is de vondst van een ijzeren pijlpunt en een ijzeren schildknop of umbo, vondsten die wellicht in verband kunnen worden gebracht met gevechtshandelingen. Het is overigens de vraag of dit soort vondsten niet gewoon thuis hoort op een boerenerf; de boer zal immers bij tijd en wijle dienst hebben moeten doen voor zijn heer. Wat hierbij zeker ook genoemd dient te worden is de vondst van een aantal menselijke schedelfragmenten, gevonden in de vondstrijke greppel. Helaas heeft 14C-analyse niet duidelijk kunnen maken of deze schedel uit dezelfde periode dateert, of dat het gaat om een oudere vondst.Het is dus lastig om de geïsoleerde ligging van het erf puur op basis van de sporen en vondsten te verklaren; vrijwel alle sporen en vondsten duiden op een eenvoudig boerenerf. Bij geïsoleerd in het landschap gelegen boerderijen kan worden gedacht aan een ontginningshoeve, maar in dit geval is dat geen passende verklaring. Het landschap waarbinnen het erf is gelegen is immers al geruime tijd in cultuur gebracht voordat de bewoning langs de Reth aanvangt. Bovendien ligt op een steenworp afstand gelijktijdig bewoonde nederzetting Hoge Hof. Een andere verklaring kan liggen in een specifieke functie of het uitvoeren van bepaalde, bijvoorbeeld brandgevaarlijke activiteiten worden gezocht. Ook dit kan niet worden afgeleid uit de materiële cultuur. Het grootste deel van het vondstmateriaal (het aardewerk en metaal) gaat om regulier gebruiksvoorwerpen en de spaarzame metaalslakken duiden ook niet op uitgebreide brandgevaarlijke werkzaamheden.Ook de materiële cultuur geeft dus geen passende verklaring voor de ligging van het erf.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/RAAGIK
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/RAAGIK
Provenance
Creator E.H.L.D. Norde
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Functioneel Applicatiebeheer GBO
Publication Year 2025
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Functioneel Applicatiebeheer GBO (BIJ12)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/csv; text/xml; application/gml+xml; image/jpeg; application/octet-stream; application/zip
Size 253498; 77788; 2836; 12335; 16553; 2986; 227471; 13827; 6111; 62754; 7507; 1393589; 120474; 645135; 5813; 130117; 11862; 956224; 147281; 145770; 146415; 146344; 145704; 147285; 146124; 146547; 144291; 143958; 142133; 495348; 74409; 1234; 4506648; 4232914; 5035063; 5394598; 5586621; 5367474; 5135728; 4251077; 4842235; 4569057; 5024073; 4794001; 4478315; 4577227; 4070855; 4573035; 3890776; 3794909; 3938319; 4447926; 4509778; 4557132; 4288534; 4260989; 4172829; 4202912; 4407455; 4156750; 3775857; 4159398; 3713356; 3402669; 3968896; 4489619; 4222798; 4527243; 4359563; 3509694; 4251729; 4444418; 4212617; 4248480; 4406207; 4276312; 4497714; 4784407; 4412051; 4779912; 4784486; 4260398; 4860353; 4502978; 4518092; 4008603; 4069375; 4746583; 4040730; 4287173; 3941403; 3777945; 3904711; 3400773; 4140237; 3874761; 4813581; 4798939; 4444459; 2419030; 2486569; 2412758; 3563571; 2458952; 2557968; 2572859; 2204997; 1955035; 2331232; 1867952; 2254723; 2462569; 2485925; 2099292; 3572749; 2405917; 2568891; 2342789; 3742111; 2405936; 4069405; 2208378; 3909565; 2193624; 3540707; 2077634; 3429962; 2316822; 4093062; 2662068; 2726093; 2303629; 3870091; 3983895; 3178421; 3418542; 4361903; 4180624; 3361170; 3362180; 3605395; 3874443; 3471026; 3298517; 4551149; 4134022; 3747383; 3978412; 3356173; 3920024; 3656324; 3882881; 3851590; 3949032; 4192263; 4100308; 4703595; 4147718; 4117307; 4107944; 4731429; 4172335; 4152995; 4467909; 4046529; 3454197; 3816646; 331486; 265468; 1188; 82769; 5027289; 4805816; 4789141; 4589076; 2309193; 2542222; 1891672; 2637468; 2673099; 2683917; 2265866; 2660024; 2481109; 2658542; 2922198; 2666924; 2587401; 2853374; 2826546; 2979982; 3882954; 2572751; 3978583; 4460365; 3887445; 3890760; 3813815; 3506515; 3795208; 3768003; 3897158; 3975454; 2480545; 2375180; 2166232; 4269678; 4478723; 2840337; 3654277; 3658869; 2823113; 3183327; 3758731; 4207823; 3767971; 4105242; 3862590; 3589869; 2515072; 3788708; 2557070; 3506992; 3097809; 3793901; 4137651; 4157375; 3980363; 4465452; 3964476; 2312811; 2453332; 2475328; 1790408; 1688694; 4483022; 3625014; 4496443; 4289565; 4045818; 4556096; 4315821; 2336760; 2531477; 2609848; 2598527; 2028421; 2140879; 2117189; 4390618; 4406371; 4385088; 3478086; 3907957; 3514584; 3817230; 4649321; 4388369; 4462707; 4306989; 3456145; 3968787; 4253462; 4669752; 4109384; 4081665; 4220786; 4109213; 4146414; 4402000; 4148041; 4280941; 3921803; 3869138; 3584466; 3755955; 3894325; 2784814; 2419398; 2830657; 2012077; 2913140; 4165217; 3715214; 3399312; 3763555; 3923644; 4265547; 4923575; 4698927; 3922749; 4253935; 3642841; 3741415; 3691148; 3457466; 3427039; 3496758; 3988109; 3731261; 3253318; 4568819; 573193; 64898; 10137; 14378; 5989; 3181; 536849; 4293; 211573; 3187; 143202; 3177; 249641; 203841; 10065; 1957519; 6874; 6503; 20839317; 173921; 10610; 15942; 3425; 20694; 251195; 448320; 492182; 27768
Version 1.0
Discipline Humanities