In opdracht van Stam&Co heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch bureauonderzoek
uitgevoerd naar het tracé Torenvalkstraat te Edam en Volendam, gemeente Edam-
Volendam. De aanleiding voor dit onderzoek is de aanleg van een nieuwe ondergrondse
kabel over dit tracé. De kabel wordt deels in open ontgraving aangelegd en deels middels
gestuurde boringen, zinkers of mantelbuizen. Het tracé heeft een totale lengte van
ca. 3.000 m, waarvan ca. 1.940 m in open ontgraving wordt aangelegd. Met een
sleufbreedte van 0,4 m komt dit op ca. 776 m2 open ontgraving. De ontgravingsdiepte zal
0,8 m -mv bedragen.
Het tracé loopt langs de historische kern van Edam; door historisch veenweidegebied waar
in de tweede helft van de 20e eeuw woonwijken en een industrieterrein zijn ingericht; en
door de noordwestelijke punt van het voormalige Volendammermeer, wat in de 17e eeuw is
ingepolderd. Gezien de landschapsgeschiedenis en historische ontwikkeling van het gebied
worden in het hele onderzoeksgebied geen waarden van voor de Late Middeleeuwen
verwacht, in ieder geval niet binnen de geplande ontgravingsdiepte voor het tracé. Resten
uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden direct of dicht onder het maaiveld
verwacht, wel binnen de geplande ontgravingsdiepte.
Waar het tracé langs de rand van de historische kern van Edam loopt vormen de
werkzaamheden geen bedreiging voor archeologische waarden doordat het tracé hier in
gestuurde boring gepland is. Langs de rest van het tracé is de archeologische verwachting
lager en de relatief beperkte bodemverstoring die de werkzaamheden met zich mee zullen
brengen vormt daarom geen significante bedreiging voor het bodemarchief.
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek adviseert Sweco Nederland geen
archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in het plangebied. Indien bij de uitvoering van
de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is
conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de
minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).1
Onderhavig rapport dient te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid, de gemeente
Edam-Volendam. De bevoegde overheid neemt op basis van dit rapport een
(selectie)besluit. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde
advies.
Advies cultuurhistorie
Het tracé doorkruist het Beschermde Stadsgezicht Edam. Binnen deze zone zijn regels
opgesteld voor het aanbrengen van wijzigingen in gebouwen, wat voor huidig onderzoek
niet relevant is gezien de aard van de geplande werkzaamheden; maar ook is het verboden
om zonder omgevingsvergunning de grond te ontginnen, afgraven, etc. met meer dan
30 cm, en om boven- of ondergrondse leidingen aan te leggen. Voor het verkrijgen van de
omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat ”de karakteristieke, met de historische
ontwikkeling samenhangende, ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van het
beschermd stadsgezicht niet onevenredig worden aangetast” en moet de Welstands- en
Monumentencommissie vooraf om advies worden gevraagd.
Sweco Nederland B.V. is van mening dat de geplande werkzaamheden geen bedreiging
vormen voor de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Geadviseerd wordt om
onderhavig rapport voor te leggen aan de Welstands- en Monumentencommissie.
Advies OO
In het onderzoeksgebied zijn geen militaire structuren uit de Tweede Wereldoorlog te
verwachten. Het is onbekend of er in het plangebied rekening dient te worden gehouden
met de aanwezigheid van OO. Derhalve adviseert Sweco voor het plangebied een
vooronderzoek OO ‘conflictperiode’ conform het CS-VROO uit te laten voeren. Sweco is in
het bezit van dit certificatieschema en is derhalve gekwalificeerd een dergelijk onderzoek uit
te voeren.
Dit advies is niet van toepassing wanneer kan worden aangetoond dat de uit te voeren
werkzaamheden geheel in de naoorlogs geroerde grond (bijvoorbeeld een bestaand
kabelbed) worden uitgevoerd. In dit geval hebben vervolgstappen op het gebied van OO
geen meerwaarde. Het advies is in dit geval om de voorgenomen bodemroerende
werkzaamheden normale doorgang te laten hebben.