Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringenuitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Walderweg tussen 1 en 3te Kerkwijk. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied.De beoogde ingreep bestaat uit de bouw van een woonhuis en bijgebouw.Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Rijn-Maasdelta. Tussen ca. 4400 voor Chr. en 3600 voor Chr. stroomde ter plaatse van het plangebied de Broek beddinggordel. De oeverwallen vormen mogelijk een aantrekkelijke bewoningslocatie vanaf het Neolithicum. Op basis van de bodemkaart ligt het plangebied ter plaatse van een zone met oude woongronden. Deze gronden kenmerken zich door een hogere ligging en een donkere bovengrond en zijn vaak eeuwenlang bewoond geweest. Op basis van oud kaartmateriaal grenst de zuidrand van het plangebied aan een lint van oude huisplaatsen met een mogelijke oorsprong in de Late Middeleeuwen. Het plangebied zelf is onbebouwd. In het midden van de jaren 50 van de 20e eeuw is het plangebied deels bebouwd. Recentelijk heeft in het westen van het plangebied een sanering plaatsgevonden.In het plangebied zijn vijf boringen gezet tot 250 cm -mv. Hieruit blijkt dat de diepere ondergrond bestaat uit komafzettingen. Hieruit blijkt dat de diepere ondergrond in hoofdlijnen bestaat uit oeverafzettingen op komafzettingen. De oeverafzettingen bevatten fosfaatvlekken. Hierop ligt een heterogeen pakket met baksteenfragmenten en soms humeuze bijmenging.Het heterogene pakket in boorprofielen 2, 4 en 5 wordt geïnterpreteerd als een archeologische laag (oude woongrond) en vormt een aanwijzing voor de aanwezigheid van een vindplaats. De top van de archeologische laag ligt tussen 40 en 90 cm -mv (136 en 169 cm NAP). Ook de fosfaatvlekken in de oever- en/of komafzettingen in boorprofielen 1 en 3 vormen een aanwijzing voor de aanwezigheid van een vindplaats.De maximale ontgravingsdiepte voor de balkenfundering komt op ca. 1,99 m NAP. De kabels en leidingen komen op maximaal 1,90 m NAP. De top van de archeologische laag ligt op maximaal 1,69 cm NAP. Dit niveau zal niet worden verstoord door de open ontgraving. De verstoring door de boorpalen is beperkt (ca. 2,567 m2).Bureau voor Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling onder de voorwaarde dat het archeologische niveau, vanaf 40 cm onder het huidige maaiveld, niet zal worden aangetast door de open ontgraving. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat toch archeologische resten worden aangetroffen bij de graafwerkzaamheden. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Zaltbommel.Ten zuiden van het plangebied is een terp aanwezig die reikt tot een hoogte van 3,25 m NAP. Rondom de woning komt het toekomstige maaiveld op 2,60 m NAP. Doordat de ophoging alleen rondom de woning plaatsvind zal het hoogteverschil tussen de terp en het plangebied duidelijk zichtbaar blijven.
Walderweg tussen 1 en 3, Kerkwijk, gemeente Zaltbommel: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringenin de verkennende en karterendefase
Date: 2018-02-12 (startdatum)
Date: 2019-03-13 (einddatum)