Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek karterende fase Herkenbosserweg 3a te Vlodrop

DOI

De natuurlijke veldpodzolgrond is in het hele plangebied verstoord door ploegwerkzaamheden.Wel is een begraven Ahb-horizont (beekeerdgrond) aangetroffen op een diepte van 60-145 cm –mv. Dit betekent dat het oorspronkelijke maaiveld veel lager heeft gelegen en dat het plangebiedeerder deel heeft uitgemaakt van het lager gelegen vlakkere deel van het dalvlakteterras en dat ditlater is overstoven met dekzand. Wanneer de overstuiving heeft plaatsgevonden is onbekend,maar gezien het feit dat zich een beekeerdgrond heeft gevormd zal dat in het Holoceen zijngeweest en vermoedelijk samenhangen met de ontginning van het gebied die mogelijk heeftplaatsgevonden in de middeleeuwen. In deze periode zijn veel gronden ten gevolge van deontginning verstoven. Op het historisch kaartmateriaal is te zien dat hier een moeras aanwezig isgeweest dat zich waarschijnlijk over een veel groter gebied heeft uitgestrekt. Dit moeras werdwaarschijnlijk gevoed door kwelwater afkomstig van het hoger gelegen gebied ten noordoostenvan het plangebied. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uitstrooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrondvan de oorspronkelijke podzolgrond. Gezien de oorspronkelijk laag gelegen ligging van hetplangebied en mogelijk vrij natte situatie (gezien het feit dat er geen podzolbodem is gevormd)worden er geen vuursteenvindplaatsen in het plangebied verwacht. Daarnaast zijn er geenindicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaats. De hoge verwachting uithet bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Mesolithicum kan daarom naar laag worden bijgesteld.Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uitfragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporenkunnen tot in de C-horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Gezien de vastgestelde ongunstigelandschappelijke ligging en vrij natte situatie Tijdens het booronderzoek zijn echter geenarcheologische resten of indicatoren aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid een vindplaatsuit deze periode. Daarom kan de hoge verwachting uit het bureauonderzoek om archeologischeresten uit de perioden Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen aan te treffen mede opgrond van de vastgestelde ongunstige landschappelijke ligging en vrij natte situatie naar laagworden bijgesteld en kan de lage verwachting voor de perioden Late-Middeleeuwen tot en met deNieuwe tijd worden gehandhaafd.

Date: 2016-11-07

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-245-K8EY
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-245-K8EY
Provenance
Creator E.A. Schorn
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor E. A. Schorn; Archeodienst
Publication Year 2016
Rights CC0-1.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Contact E. A. Schorn (KSP Archeologie vof)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 2189983; 5944; 6072; 1048; 2615
Version 1.0
Discipline Humanities