Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar (GD) Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Dorpsplein 1 te Pannerden, gemeente Zevenaar (GD)

DOI

Laagland Archeologie heeft in oktober 2023 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Dorpsplein 1 te Pannerden. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de nieuwbouw van een appartementencomplex.Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Het plangebied ligt op een oeverwal binnen een omvangrijke oude woongrond. De oeverwal maakt niet direct deel uit van een stroomgordel, maar is ontstaan onder invloed van de nabijgelegen Waal en Herwen stroomgordels. Deze zijn de laatste 2000 jaar afgezet. Onder de oeverafzettingen zijn komafzettingen en mogelijk daaronder veen aanwezig. De pleistocene ondergrond bestaande uit afzettingen van Vlechtende rivieren ligt op een diepte rond 4,0 m -mv. Vanaf de Midden-Bronstijd zijn deze afzettingen afgedekt met respectievelijk veen, komklei en tenslotte oeverafzettingen. Bodemkundig zijn tuineerdgronden (oude woongronden) te verwachten.Vanwege de grote diepte van de pleistocene ondergrond is de archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot Neolithicum weinig relevant.De archeologische verwachting is hoog voor de Bronstijd tot Nieuwe tijd. In deze periode zijn archeologische resten bekend en op basis vanaf het vroegste historisch kaartmateriaal is er aldoor bewoning geweest. Door de verschillende bouwfasen sinds ca. 1832 heeft enige verstoring plaatsgevonden.Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen. Hiertoe zijn verspreid in het toegankelijke deel van het plangebied karterende boringen gezet. Relevante lagen van de boorkernen zijn versneden, verbrokkeld en vervolgens nagezocht op archeologische indicatoren. In dit stadium is karterend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.Er is voornamelijk een onverstoorde bodemopbouw aangetroffen met een dikke tot extreem dikke A-horizont (variërend van 70 tot maar liefst 240 cm -mv of 10,67 à 12,60 m +NAP) aangetroffen. Het gaat om oude woongronden, waarbij waarschijnlijk nog een ophoging aanwezig is (opgehoogde huisplaats, mogelijk uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd; na de bedijking rond 1328). Daaronder is de natuurlijke ondergrond bestaande uit oever- en/of crevasseafzettingen en archeologische sporen aangetroffen (waterput of gracht in boring 1 en een spoor, ongedifferentieerd, beide ergens daterend in de Late Middeleeuwen tot Nieuwe Tijd). Er zijn binnen het plangebied veel archeologische indicatoren aangetroffen (baksteen, houtskool, bot, aardewerkfragmentjes, verbrande leem en fosfaatvlekken). De aardewerkfragmenten dateren waarschijnlijk voornamelijk uit de IJzertijd en in mindere mate uit de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd. De boringen 4 en 6 zijn respectievelijk gestuit op boomwortels en puin of een oude fundering. Ter hoogte van boring 6 lag begin vorige eeuw een woning.Op basis van het onderzoek wordt het hoogste archeologische niveau verwacht vanaf 12,60 m + NAP. Met een buffer van 30 cm om de archeologie te beschermen kunnen alleen de ontwikkelingen die gaan tot een diepte van 12,90 m + NAP worden vrijgegeven. Voor de overige ingrepen moet er eerst een vervolgonderzoek plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.Dit proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd voorafgaande aan de sloop van de bestaande bebouwing op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. Dit omdat de huidige bebouwing mogelijk gefundeerd is tot in het archeologische niveau/buffer. Afhankelijk van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek kunnen de volgende verplichtingen worden opgelegd: De verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of de verplichting tot het doen van vervolgonderzoek doormiddel van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige; en de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan en het archeologisch aangetroffen vondstmateriaal te deponeren bij het desbetreffende depot.Dit advies is overgenomen door de gemeente Zevenaar, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer S. Diependaal Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-z8y-scu8
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-z8y-scu8
Provenance
Creator J. Wijnen
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Laagland Archeologie
Publication Year 2024
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/gml+xml; application/pdf; application/zip; text/xml
Size 2866; 6498988; 25830; 3289; 1190; 1343; 1815; 830; 1597; 3464; 10326; 5292; 1851; 1148; 1678; 1831; 2038; 2143; 2022; 1265; 1624; 2134; 1391; 1984492; 978; 1602; 177302; 1445; 977; 1280; 1604425; 907; 1208; 2963; 980; 38289; 3568; 2124; 2075; 1456; 1813; 1524; 2323; 305734; 44662; 1703; 703823; 306010
Version 1.0
Discipline Humanities