Laagland Archeologie heeft in juli 2025 een Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Van Goghstraat 27a ong. te Veenoord. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom nieuwbouw.Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB 4003.Eerder is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, dat heeft geresulteerd in een verwachtingsmodel. Voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met Vroege Bronstijd geldt een hoge verwachting, evenals voor de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe Tijd. Voor de tussenliggende periode geldt een lage verwachting.Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen.In de meeste boringen is sprake van een geheel of grotendeels intact bodemprofiel. Voor deze locaties kan het verwachtingsmodel (Steentijd ? Bronstijd) gehandhaafd blijven. Gezien de dynamiek in het landschap ligt het accent vermoedelijk op resten van jagers/verzamelaars (periode Laat-Paleolithicum ? Vroeg-Neolithicum). Resten uit die periode kenmerken zich vooral door een strooiing van bewerkt vuursteen, meestal direct aan het pleistocene oppervlak (top dekzand). Die oppervlakkige ligging maakt materiaal uit deze periode kwetsbaar voor latere bodemverstoring: waar een deel van de dekzandtop ontbreekt, is de kans op resten aanzienlijk minder. Dit betekent dat boringen waar alleen nog een BC- of C-horizont resteert een lage verwachting hebben. Waar echter sprake is van een intacte E- of B-horizont kunnen resten worden verwacht. Zowel de relatief hoge als de lage delen zijn in principe kansrijk: op de hogere delen in het oosten zijn vuursteenresten en eventueel ook haardkuilen te verwachten. In de lagere delen kan vuursteenafval worden verwacht.Op de kansrijke delen adviseren we vervolgonderzoek in de vorm van karterende boringen.Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Emmen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevrouw S. Manuel.Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).