De bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied bestond uit een bouwvoor/verstoorde laag op kwelderafzettingen. In het vlak zijn 39 archeologische grondsporen aangetroffen. Het gaat voornamelijk om kuilen die op basis van het vondstmateriaal uit de late middeleeuwen (13e-15e eeuw) en vroege nieuwe tijd dateren (16e tot midden 17e eeuw). Deze kuilen worden oversneden door west-oost georiënteerde perceelgreppels uit het einde van de 17e eeuw. Ook zijn enkele paalsporen waargenomen.Het archeologisch onderzoek heeft 188 vondsten opgeleverd, voor het grootste deel gebruiksaardewerk uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd dat merendeels afkomstig is uit twee afvalkuilen. Tussen het materiaal bevinden zich ook enkele fragmenten aardewerk uit de Romeinse tijd. De terp zal in de Romeinse tijd zijn bewoond, maar binnen het onderzoeksgebied zijn geen sporen uit deze periode aangetroffen. Verder zijn fragmenten keramisch bouwmateriaal, dierlijk bot, metaalslak en een stuk natuursteen verzameld.