Uit het verkennende booronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie op beekafzettingen ligt, die niet aantrekkelijk voor bewoning waren. Er zijn geen intacte bodemprofielen aangetroffen; de bodem op de onderzoekslocatie is tot in de C-horizont vergraven. Hierdoor is een eventuele vondstlaag uit de periode Laat-Paleolithicum – Middeleeuwen reeds verdwenen. Eventuele diepere sporen kunnen nog wel aanwezig zijn. De verstoringen die ter plaatse van de gracht van de redoute zijn aangetroffen zijn niet substantieel dieper dan op de rest van de onderzoekslocatie.Het is onduidelijk of de verstoringen daar verband houden met de gracht of met de aanwezigheid van het voormalige sportcomplex en het gronddepot.Geconcludeerd kan worden dat door de vergravingen en de ligging op beekafzettingen de archeologische trefkans voor de periode Laat-Paleolithicum – Middeleeuwen kan worden bijgesteld naar laag. Mogelijk zijn diepere sporen van de gracht en/of loopgraven uit 1838 nog wel aanwezig.
Issued: 2011-07-27