In verband met geplande aanpassingen waaronder de aanleg van parkeerplaatsen, een haven en de bouw van appartementen is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd aan de Meerweg te Haren, gemeente Haren, provincie Groningen. Voor de aanpassingen zijn graafwerkzaamheden nodig. Doel van het onderzoek is vast te stellen of in het gebied archeologische waarden aanwezig zijn die door deze bodemingrepen bedreigd worden.Het onderzoek bestaat uit een bureau- en een veldonderzoek. Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. Bij het veldonderzoek zijn 52 boringen geplaatst om archeologische indicatoren op te sporen en om de gaafheid van de bodem te bepalen.Uit het bureauonderzoek blijkt dat het westelijke deel van het onderzoeksgebied op de flank van de Tynaarlorug ligt. Het oostelijke deel bestaat uit veengebied. Uit de omgeving zijn in het verleden scherven middeleeuws aardewerk gevonden die wijzen op bewoning op het veen in die periode. Op de overgang van het veen naar de Tynaarlorug zijn stenen werktuigen uit de steentijd gevonden die wijzen op een mogelijk depot. Uit het veldonderzoek blijkt dat de kwaliteit van de bodem in het westelijke deel gemiddeld redelijk is. Daardoor kunnen archeologische grondsporen bewaard gebleven zijn. Echter het onderzoek heeft geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van dergelijke sporen. Het oostelijke deel is doorgaans nat geweest, waardoor dit een minder geschikte vestigingsplek voor de mens was. Mogelijk is er wel bewoning geweest op het veen tijdens de middeleeuwen. Echter hiervoor zijn geen aanwijzingen gevonden en sporen ervan zullen zijn aangetast. In het oostelijke deel is op de rand van het vroeg holocene dal van de Drentsche Aa houtskool gevonden. Het advies luidt om hier geen bodemingrepen te ondernemen dieper dan 2,5 meter beneden maaiveld.