In opdracht van E-Fiber heeft RAAP in maart 2023 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Gebieden 1A en 1B te Uitgeest, Assum & Limmerkoog in de gemeente Uitgeest. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.
Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:
• Vanaf 20 m -NAP is de top van het pleistocene landschap uit de steentijd te vinden, met een niet goed nader te specificeren verwachting voor de aanwezigheid van resten van tijdelijke kampementen van jagers-verzamelaars. Dit niveau zal niet worden geraakt door de voorgenomen ingrepen.
• Tussen 20 m -NAP en maaiveld kunnen afgedekte archeologisch bewoonbare niveaus voorkomen in getijdeafzettingen uit alle archeologische perioden vanaf het midden neolithicum. Het gaat dan om de top van kwelderafzettingen, herkenbaar aan ontkalking, bodemvorming en/of een vegetatielaag, of om de top van ingeschakelde of afdekkende veenlagen, herkenbaar aan veraarding.
• In een zone die van noord naar zuid door het midden van het plangebied loopt, onder de bebouwde kom van Uitgeest door, ligt een zandige strandwal die vanaf het laat neolithicum is gevormd en die vanaf die tijd goed bewoonbaar is geweest.
• In en rond het plangebied zijn huisterpen uit de late middeleeuwen bekend. Dergelijke ophogingen, of de zolen ervan, kunnen worden aangetroffen aan maaiveld.
• Hetzelfde geldt voor de resten van oude dijken in het plangebied.
• Het zuidoosten van het plangebied is eind 19e en begin 20e eeuw onderdeel geweest van de Stelling van Amsterdam.
• Langs de Uitgeesterweg en de Geesterweg zijn in het verleden Duitse stellingen aanwezig geweest. Hiervan kunnen nog resten aan maaiveld of onder de bouwvoor aanwezig zijn.
Op basis van de resultaten van het onderzoek blijkt dat in het plangebied (mogelijk) archeologische resten bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Dit – en de uitvoering van vervolgonderzoek – is te voorkomen door de geplande ingrepen zoveel als mogelijk uit te voeren op plekken waar de bodem reeds is verstoord ten behoeve van kabels en leidingen.
Daar waar ingrepen niet in bestaande kabel- en leiding tracés vallen maar in ongeroerde grond en waar het verplaatsen van ingrepen niet mogelijk is, wordt geadviseerd om in het kader van de bestaande planvorming de onderstaande vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te nemen.