Gemeente Nijmegen, Bureau Archeologie en Monumenten heeft een archeologische waarneming uitgevoerd op de markt in Wijchen. Het onderzoek heeft aangetoond dat er, hoewel de grond op veel plaatsen verstoord is door (sub-)recente grondwerkzaamheden, op geringe diepte nog intacte overblijfselen uit het verleden in de bodem te vinden zijn. Het minst verstoorde deel bevindt zich in het centrum en het noordoosten van het terrein, waar de relatief hogere ligging ten opzichte van het zuidelijke deel van de Markt te danken lijkt te zijn aan het nog aanwezig zijn van een (deels intacte) oude cultuurlaag of esdek.De resultaten van de waarneming zijn in meerdere opzichten interessant te noemen. Zo zijn er tijdens het onderzoek nauwelijks aanwijzingen gevonden voor activiteiten in de Romeinse tijd, terwijl er ten zuidwesten van het marktplein een nederzetting, en ten noordoosten een grafveld opgegraven zijn. Nog opvallender is het feit dat er uit de Merovingische tijd geen enkele vondst of spoor is gevonden, aangezien direct ten oosten van de Markt een aanzienlijk grafveld uit die tijd gelegen is. Hoewel we de vroegste aanwijzingen voor bewoning rond de Markt in de Karolingische tijd of iets later kunnen dateren, betreffen de oudste sporen van activiteiten enkele kuilen en een mogelijk wegdek of karrenspoor. Deze kunnen in de late 12e of 13e eeuw geplaatst worden. Zij houden waarschijnlijk verband met het feit dat dit deel van het rivierduin (deels) in de periode rond het begin van de late middeleeuwen in cultuur gebracht zal zijn. Aardewerk uit de 12e en 13e eeuw bevindt zich namelijk in de oudste fase van het esdek, dat samen met een latere fase plaatselijk dikker is dan 50 cm. Dit materiaal sluit aan bij de bewoningssporen (waaronder meerdere waterputten) die in het begin van de jaren negentig ten oosten van de Markt zijn aangetroffen.Tijdens de late middeleeuwen zal het terrein voornamelijk als bouwland gebruikt zijn, getuige het akkerpakket en het ontbreken van duidelijke bewoningssporen. De landweg met karrensporen is in die tijd alweer opgenomen in het cultuurpakket en de kuilen zijn overdekt met een egale donkere eerdlaag. Vanaf het einde van de middeleeuwen zal het akkerland langzaam maar zeker door bebouwing zijn vervangen.Aan de noordzijde van het terrein heeft in de 17e of 18e eeuw een huis gestaan, waarvoor men op redelijk eenvoudige wijze een kelder heeft aangelegd. De resten van een vloertje en de poeren voor de trap en fundering zijn vervaardigd van kalkmortel en na afbraak weer overdekt met grond uit de eerdlaag. Ervan uitgaande dat we hier met de eerste structurele bewoning uit de nieuwe tijd te maken hebben, kan opgemerkt worden dat de huidige rooilijn aan de noordzijde van de Markt niet ouder dan het midden van 18e eeuw kan zijn. Het is immers bekend dat in het begin van de 19e eeuw het marktplein haar huidige contouren al heeft aangenomen. Daarnaast mag voorzichtig aangenomen worden dat de woningen uit die tijd er vóór 1800 al één of meerdere generaties stonden. Maar over het precieze moment van inrichting van de huidige Markt tasten we vooralsnog in het duister. Het is daarbij ook de vraag of er vóór de 9e eeuw al sprake was van een gesloten marktplein, zoals we dat nu kennen, of van bewoning met een veel opener karakter zonder strakke rooilijnen. In het geval van de woning waar de aangetroffen kelder toebehoord moet hebben, zal het eerder om een boerderij zijn gegaan dan om een statig herenhuis, zoals die tegen het einde van 19e eeuw nog geen 15 m noordelijker aan de Markt stonden.Over de positie van werkput 4 ten opzichte van de situatie omstreeks 1900 kunnen we nog opmerken dat de sleuf net enkele meters ten zuiden van de imposante rij lindebomen is aangelegd, aangezien hiervan geen enkel spoor is aangetroffen. Wellicht dateren zij van het moment dat de markt is heringedeeld en de rooilijn definitief op haar huidige plek is komen te liggen. Hier wordt in ieder geval duidelijk dat de bomen die in 2005 geplant zijn, een kleiner carré vormen dan de lindebomen in de 19e en 20e eeuw deden. Opvallend voor deze historische plek in het centrum van Wijchen is dat vondsten en overblijfselen uit de meest recente periode, de laatste twee eeuwen, vrijwel geheel ontbreken. Dit hangt waarschijnlijk samen met recente ingegrepen waarbij het bovenste deel van het esdek afgetopt is en meerdere malen vervangen door lagen bouwzand (laag 4 en 5) ter versteviging van het plaveisel.Op grond van de waarnemingen kan geconcludeerd worden dat op de Markt van Wijchen het bodemarchief, ondanks de vele ingrepen in het recente verleden, zeker niet volledig verstoord is. In alle werkputten is in ieder geval de onderkant van de oudste cultuurlaag aangetroffen, wat betekent dat er een grote kans bestaat dat sporen uit de late middeleeuwen en daarvóór nog intact zijn.
Archeologische Berichten Nijmegen – Briefrapport 31
Date: Laatste datum veldwerk: 2005-04-01
Date: 2005-04-01