Het onderzoeksgebied ligt op grond van het bureauonderzoek op de overgang van een kwelderwal naar een getij-erosiegeul. Op de kwelderwal kunnen archeologische resten aanwezig zijn. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn verschillende terpen aanwezig met hierop resten van onder andere states en stinsen die uit de late middeleeuwen dateren.De bodem binnen het onderzoeksgebied bestaat van onder naar boven uit een kwelderwal waarop kwelderafzettingen liggen die overgaan in de bouwvoor. In de boringen 1, 2, 9, 14 en 18 is onder de bouwvoor een in dikte wisselende vergraven bodemlaag aanwezig. In de zuidwesthoek en in het midden van het onderzoeksgebied zijn kleine fragmenten bouwpuin door de bouwvoor geploegd. Vermoedelijk is het terrein tijdens de ruilverkaveling aan het eind van de jaren ’80 van de vorige eeuw geëgaliseerd. Het pad dat langs de zuidrand van het toenmalige perceel lag, is toen opgenomen in de percelering en is verploegd.