De voorgenomen ontwikkeling van een bedrijventerrein aan Zandoogjes te Breda vormde de aanleiding voor een Aanvullend Archeologisch Onderzoek (AAO) naar het mogelijk voorkomen van archeologische waarden in de ondergrond (afbeelding 1). Dit onderzoek vond plaats in de periode 12 t/m 19 maart 2004 en is uitgevoerd vanuit het Bureau Cultureel Erfgoed van de gemeente Breda door het bureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie (BAAC). Het onderzoek is verricht op initiatief en in opdracht van de gemeente Breda.Conclusie:Archeologisch onderzoek op de locatie Zandoogjes heeft aangetoond dat, met uitzondering van een noord-zuid georiënteerde depressie aan de westzijde van het terrein, grote delen van het terrein in het verleden geschikt zijn geweest voor bewoning.Opvallend was de afwezigheid van een sporencluster, zoals bij de Adriaan Klaassenstraat. De aangetroffen grondsporen bleven beperkt tot de plattegronden van drie spiekers in de werkputten 2 en 3, en een kleine bootvormige structuur aan de oostzijde van het terrein in werkput 4. Op Zandoogjes zijn de randstructuren van enkele boerenerven in het zicht gebracht. Hoofdstructuren zoals de plattegronden van boerderijen of waterputten zijn evenwel niet aangetroffen. De verwachting is dat deze zich ergens in de directe nabijheid bevonden moeten hebben. Door middel van een aantal aanvullende proefsleuven zouden deze gelokaliseerd kunnen worden. Hiermee zou het beeld dat thans van de bewoningsgeschiedenis van de zandgronden in Breda-West bestaat verder kunnen worden aangevuld.