Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Zesweg tussen 88 en 96, Wijchen gemeente Wijchen (GD)

DOI

Laagland Archeologie heeft in maart 2020 een Inventariserend veldonderzoek – verkennende en karterende fase uitgevoerd aan de Zesweg tussen 88 en 96 te Wijchen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom het realiseren van twee woningen.Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.Landschappelijk gezien ligt het plangebied in een Laat-Glaciaal rivierduinencomplex. Onder deze afzettingen bevindt zich waarschijnlijk het Wijchen Laagpakket, een zandige en zeer stugge rivierklei die net daarvoor in een warmere periode in het Laat-Glaciaal in een riviervlakte is afgezet. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is onbekend wat het (oorspronkelijke) bodemtype is binnen het plangebied. Het meest waarschijnlijk is dat het om hoge bruine enkeerdgronden, loopodzolgronden of duinvaaggronden bestaande uit grof zand gaat. Als het hoge bruine enkeerdgronden of loopodzolgronden zijn, zijn eventuele archeologische vindplaatsen vanaf het Laat-Paleolithicum tot Late Middeleeuwen mogelijk goed geconserveerd door de aanwezigheid van een esdek. Bekend is dat er al in de Bronstijd plaatselijk verstuivingen hebben plaatsgevonden in het rivierduinencomplex van Wijchen, waardoor eventuele vindplaatsen ook afgedekt kunnen zijn door zandverstuivingen. Als een dergelijke verstuiving al voor de Late Middeleeuwen heeft plaatsgevonden, kan het zandverstuivingspakket weer afgedekt zijn met een plaggendek. Het bodemtype bij recentere zandverstuivingen is doorgaans een duinvaaggrond. Deze kunnen ook van oorsprong voorkomen binnen het plangebied. Het is onbekend of er verstoring van het bodemprofiel heeft plaatsgevonden binnen het plangebied.In de omgeving van het plangebied zijn een aanzienlijk aantal archeologische vindplaatsen en vondsten geregistreerd, vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe Tijd.In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het plangebied omschreven als bouwland. Het plangebied is afgezien van enkele bijgebouwen aldoor onbebouwd geweest. Het verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van verkennend en karterend booronderzoek.Het verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Het karterend booronderzoek heeft tot doel archeologische vindplaatsen op te sporen.In het plangebied is voornamelijk een matig dikke tot dikke A-horizont aanwezig, bestaande uit drie subhorizonten, waaronder een oude cultuurlaag. Deels zijn onder de oude cultuurlaag, naast de verwachte rivierduinafzettingen, stuifzandafzettingen aanwezig. Deze dateren waarschijnlijk uit de prehistorie. In boring 4 is onder deze stuifzanden een voormalige natte laagte met een vegetatielaag aangetroffen. Algemeen is een onverstoorde bodemopbouw aanwezig. In zowel de duinzandafzettingen en de stuifzandafzettingen is houtskool aangetroffen als archeologische indicator, terwijl in boring 1 in de akkerlaag een fragmentje handgevormd aardewerk en een stukje metaal is aangetroffen en in boring 2 een enkel fragmentje handgevormd aardewerk in de oude cultuurlaag.Algemeen kan de hoge archeologische verwachting worden gehandhaafd. Omdat er daadwerkelijk archeologische indicatoren in de ondergrond en een oude cultuurlaag zijn aangetroffen is het erg waarschijnlijk dat er ook daadwerkelijk vindplaatsen aanwezig zijn. Omdat de boven beschreven archeologische indicatoren niet dieper dan 75 cm –mv zijn aangetroffen worden eventuele vindplaatsen waarschijnlijk bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen.Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd conform protocol 4003 IVO (landbodems).Gelet op de te verwachten prospectiekenmerken en prospecteerbaarheid van een eventuele vindplaats wordt geadviseerd dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek conform de KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P).De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Wijchen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, Ester van der Linden.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-Z4C-9AGH
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-Z4C-9AGH
Provenance
Creator J.H.M. de Raad
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor J.H.M. Raad, de; Laagland Archeologie
Publication Year 2020
Rights CC0-1.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/publicdomain/zero/1.0
OpenAccess true
Contact J.H.M. Raad, de (Gemeente Nijmegen)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 3640719; 8584; 8735; 1186; 3504
Version 1.0
Discipline Ancient Cultures; Archaeology; Humanities