Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Tennet locatie Testmasten Peuzelaar 1 Geertruidenberg

DOI

In opdracht van de opdrachtgever voert Antea Group een archeologisch onderzoek uit voor de locatie van drie nieuwe testmasten aan de Peuzelaar 1 in Geertruidenberg. Het onderzoek bestaat uit een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek met verkennende boringen.BureauonderzoekIn het plangebied wordt een drietal testmasten voor TenneT opgericht. Van de drie bouwputten hebben twee ruwweg een diameter van 10 m en één een diameter van circa 18 m heeft. De geplande bouwputten liggen in een perceel/vlak van circa 200 bij 100 m, waar aan de noordzijde al masten aanwezig zijn, evenals aan de zuidzijde. Ten zuidwesten van het plangebied zijn tijdens archeologisch veldwerk in 1976 resten van een (omgrachte) hofstede gevonden. Dit onderzoek is in 2009 in een rapport gepubliceerd. Op basis van de verzamelde gegevens uit het bureauonderzoek is een verwachting uitgesproken die met name voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd middelhoog is.BooronderzoekIn totaal zijn zes boringen uitgevoerd voor het archeologisch onderzoek. Drie daarvan zijn uitgevoerd in het laaggelegen deel, een op de helling van laag naar hoog en twee op de opgehoogde locatie (ter plaatse van de masten). De boringen op het opgehoogde terrein bestaan tot 3,40 m –mv uit ophogingszand. In boring 11 bevindt zich vanaf 3,40 m –mv een dun moerig kleilaagje, waaronder het dekzand aanwezig is. In boring 10 is vanaf 3,40m –mv een laag moerig zand aanwezig, waarna vanaf 4 m –mv dekzand is aangetroffen. Voor boring 13 geldt dat zowel een moerig klei- als zandlaagje voorkomt, vanaf 2,70 m –mv. Door de iets lagere ligging sluit dit beeld aan bij boring 10 en 11. Het is mogelijk dat het hier gaat om de grachten die behoren bij het 16eeeuwse verdedigingswerk. Er zijn in de boringen geen restanten van baksteen aangetroffen, waardoor de kans op het aantreffen van middeleeuwse restanten klein wordt geacht.De boringen in het lage deel van het terrein bestaan uit een bouwvoor, een B- en BC-horizont en daaronder het uitgangsmateriaal. De aanwezigheid van een (dikke) B-horizont die niet door landbouwgebruik in de bouwvoor is opgenomen, is vaak een teken van een verhoudingsgewijs natte grond. Hier zijn geen aanwijzingen aangetroffen van mogelijke 16eeeuwse verdigingswerken.ConclusieOp basis van het archeologische bureauonderzoek kan op voorhand niet worden uitgesloten dat er binnen het plangebied in de ondergrond resten aanwezig zijn van een veertiende eeuws conglomeraat van bebouwing (adellijk hoevecomplex en mogelijke kapelvestiging) en de laat zestiende eeuwse en latere vestingwerken rondom de stad Geertruidenberg. Zeker voor de linies uit de diverse belegeringen rondom de stad uit de Tachtig Jarige oorlog blijkt voorliggend plangebied sterk verdacht.Op basis van het uitgevoerde booronderzoek wordt de kans op het aantreffen van archeologische resten binnen de meest westelijke geplande mast gering geacht. De aangetroffen bodemopbouw lijkt hier intact te zijn zonder dat er duidelijke archeologische (bewonings)resten aanwezig zijn in het profiel. Bij de overige twee geplande masten is aangetoond dat er mogelijk sprake kan zijn van resten van de laat 16eeeuwse vestingwerken (grachten en aarden wallen). In deze boringen is een humeuze laag aanwezig vanaf een diepte van 2,70 m – mv, die kan wijzen op grachten die behoren bij de vestingwerken. Tot een diepte van 2,70 – mv is sprake van een (sub)recent ophogingspakket. Op basis van de archeologische (en de bodemprofielen uit de milieukundige boringen) is het aangetroffen humeuze pakket nu niet met zekerheid te interpreteren als een teruggeworpen laag (bij de bouw van het bestaande complex) of als daadwerkelijk de bodem van de zestiende eeuwse en latere vestingwerken rondom de stad. Advies Antea Group Het advies van Antea Group is om graafwerkzaamheden tot een diepte van 2,65 m – mv vrij te geven voor wat betreft archeologie. Indien de bodemingrepen binnen de twee oostelijke masten toch dieper reiken is het advies om alle civieltechnische grondwerkzaamheden die dieper gaan dan 2,65 m- mv onder archeologische begeleiding uit te laten voeren. Voorafgaand aan de opgraving – variant archeologische begeleiding is een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen noodzakelijk. De meest westelijke mastlocatie kan worden vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Advies monumentenhuis Brabant (adviseur bevoegd gezag) Monumentenhuis Brabant adviseert om, in het gemeentelijk selectiebesluit op te nemen, dat het omschreven plangebied in zijn geheel wordt vrijgegeven voor de voorziene planontwikkeling en de (bouw)vergunning wordt verleend door de gemeente Geertruidenberg onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten of bij het aantreffen van sporen die wijzen op de aanwezigheid van een gracht, hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij de gemeente Geertruidenberg of bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225).Deze rapportage is niet beoordeeld door bevoegd gezag.

Antea Group Archeologie 2019/14

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-X9P-GN2T
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-X9P-GN2T
Provenance
Creator G. Sophie
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor K Huet, van; J.E. Colijn; Antea Group
Publication Year 2021
Rights CC-BY-NC-SA-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0
OpenAccess true
Contact K Huet, van (Ante Group)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 6768172; 8639; 9287; 1052; 2389
Version 1.1
Discipline Humanities