Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen. Herinrichting Polder Nijbroek, perceel Zuid (gemeente Voorst)

DOI

In december 2024 – januari 2025, en met een update in maart 2025, is in opdracht van Waterschap Vallei en Veluwe door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek met verkennend booronderzoek uitgevoerd voor een plangebied langs de Nijbroekse Wetering (tussen de Vijfmorgen in het zuiden en ter hoogte van de Veluwsedijk 21 in het noorden). Aanleiding hiervoor is de herinrichting van deze beek. Hier zullen over een lengte van circa 520 meter verschillende werkzaamheden langs de beek worden uitgevoerd. Zo wordt er over de gehele lengte een natuurvriendelijke oever aangelegd, en worden op diverse locaties duikers aangelegd en verwijderd. Daarnaast worden nieuwe sloten gegraven en een greppel gedempt. De geplande werkzaamheden waarbij grond wordt ontgraven, gebeuren tot maximaal 1 meter beneden maaiveld. De aanleg van de natuurvriendelijke oever is circa 520 meter lang en 7 meter breed, en heeft daarmee een oppervlak van circa 3.640 m2. De aanleg van de nieuwe sloten heeft een totaal oppervlak van 1.319 m2. Bij de overige werkzaamheden wordt er niet tot maximale ontgravingsdiepte gegraven, maar kunnen nog wel voor bodemverstoring zorgen. Hierdoor is het mogelijk dat eventuele aanwezige archeologische resten in de ondergrond worden beschadigd of vernietigd. Het plangebied is op basis van de omvang en de aard van de voorgenomen bodemingrepen vergunningsplichtig conform het beleid van de gemeente Voorst (zie verder paragraaf 2.3). Nader archeologisch onderzoek is verplicht. Om deze reden, en om de archeologische verwachting beter te kunnen specificeren, is dit bureauonderzoek met verkennend booronderzoek uitgevoerd. Resultaten archeologisch bureauonderzoek Binnen het plangebied geldt dat direct onder de bouwvoor archeologische resten uit de (late) middeleeuwen verwacht kunnen worden. Deze kunnen bestaan uit resten van agrarische activiteiten of losse vondsten. Ook overlapt het plangebied met de voormalige loop van de Nijbroekse Wetering. De opdrachtgever is immers van plan om de oude loop van deze wetering te herstellen in het zuidelijke gedeelte van het plangebied. Het is niet exact bekend wanneer deze wetering is aangelegd, maar bij het aanleggen hiervan is er gebruik gemakt van de natuurlijke laagten in het landschap, namelijk een oud beekdal. Dit beekdal was ten tijde van de aanleg van de wetering niet meer actief. Door gebruik te maken van de natuurlijke laagten in het landschap kreeg de Nijbroekse Wetering een kronkelend karakter, in ieder geval in vergelijking met de andere weteringen in de directe omgeving. Vanaf de 19e eeuw is de wetering in fases rechtgetrokken. De voormalige loop overlapt met het zuidelijke gedeelte van het plangebied en er worden dus binnen het plangebied resten van de oude wetering verwacht (voordat deze werd rechtgetrokken). Resten uit eerdere perioden zullen voornamelijk betrekking hebben op het aanwezige (oude) beekdal – dit zullen voornamelijk beekdal gerelateerd activiteiten zijn. Het plangebied zelf was zeer waarschijnlijk in de prehistorie te nat voor bewoning. Het plangebied heeft een agrarisch karakter (en heeft dit ook lange tijd gehad) en mogelijk hebben agrarische activiteiten al voor bodemverstoring gezorgd. Het is echter niet bekend in welke mate de bodemopbouw in het plangebied verstoord is en of eventuele archeologische resten nog intact aanwezig zijn. Conform de gemeentelijke richtlijn, namelijk de handreiking van de gemeente, ligt het plangebied in zones waar een waardestellend archeologisch vooronderzoek uitgevoerd dient te worden. Om de mate van eventuele bodemverstoring en om het opgestelde verwachtingsmodel te toetsen, in combinatie met de gemeentelijke richtlijn, is door Antea Group geadviseerd om een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase uit te voeren. Bij dit verkennende booronderzoek zijn zes boringen per hectare dan wel één boring om de 40 meter gezet, wat neerkomt op een totaal van zeventien boringen. Resultaten verkennend archeologisch booronderzoek De bouwvoor uit een met humus verrijkte, zwak zandige klei. Hieronder bevindt zich een matig slap tot stevig, roesthoudend kleipakket tot een diepte van 1,9 tot 2,25 m boven NAP. Dit zijn poldervaaggronden, ontstaan in rivierafzettingen van de IJssel. In meerdere boringen zijn er onderin (op een diepte van circa 1 meter beneden maaiveld) fluvioperiglaciale afzettingen uit een sneeuwsmeltwaterdal aangetroffen. Dergelijke afzettingen zijn waarschijnlijk vanaf de flank van de stuwwal in het westen door meerdere dalen/lagere delen van het landschap naar het oosten vervoerd. Vermoedelijk zijn dit dus afzettingen binnen het eerder genoemde beekdal. In geen enkele boring is het (intacte) dekzandniveau of een (intacte) veenlaag aangetroffen. Duidelijke dekzandkoppen werden (op basis van het bureauonderzoek) ook niet verwacht. De afwezigheid van het veen in het plangebied is – zoals reeds in het bureauonderzoek verwacht werd ‐ vermoedelijk te verklaren doordat het geërodeerd zal zijn tijdens de ontwikkeling van de IJssel. Bij enkele boringen in het zuidelijke gedeelte van het plangebied (boringen 02, 08 t/m 10) zijn aanwijzingen aangetroffen voor de voormalige loop van de Nijbroekse Wetering. Bij deze boringen werd onder de bouwvoor een matig slappe, zwak humeuze klei tot ten minste de maximale ontgravingsdiepte (1 meter beneden maaiveld) waargenomen. Dit was vermoedelijk een dempingspakket. Bij twee boringen was hier ook een rommelige zandlaag aanwezig bovenop de humeuze klei. Een van deze boringen lag net buiten de voormalige loop van de Nijbroekse Wetering, maar had wel dezelfde bodemopbouw. Aan de hand van historisch kaartmateriaal wordt duidelijk dat hier een twijgwaard (relatief natte gronden) aanwezig was, maar deze boring overlapt ook (deels) met een klein slootje. Beide kunnen een verklaring zijn voor deze bodemopbouw. Er zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen. Advies Antea Group Uit zowel het bureau‐ als het veldonderzoek is een algemene lage archeologische verwachting gebleken. Dit heeft met name te maken met het feit dat een groot deel van het plangebied zich op een riviervlakte van de IJssel bevindt en bovendien in een oud beekdal ligt. Het plangebied kent daarmee een relatief nat milieu en bewoning was eigenlijk pas mogelijk toen men vanaf de late middeleeuwen het gebied heeft ingepolderd en ontgonnen. Echter, met de ligging in een oud beekdal heeft het plangebied wel een hoge archeologische verwachting voor het aantreffen van beekdalactiviteiten (met name losse vondsten) uit de steentijd. Ook is er binnen het plangebied aanwijzingen voor de voormalige loop van de Nijbroekse Wetering aangetroffen. Er bestaat echter nog wel de kans dat met de geplande werkzaamheden geen archeologische resten worden aangetroffen. Een groot deel van de geplande natuurvriendelijke oever ligt binnen dit beekdal en de vermoedelijke eerdere/vroegere loop van de Nijbroekse Wetering. Ook wordt in het zuidelijke deel van het plangebied de oude loop van de wetering hersteld. Bij deze werkzaamheden is de verwachting relatief hoog dat er archeologische resten kunnen worden aangetroffen (zowel van de oude wetering als resten gerelateerd aan het beekdal). Om deze redenen adviseert Antea Group om alle werkzaamheden (m.b.t. ontgraven, niet beplanting) uit te laten voeren onder (intensieve) archeologische begeleiding. Details over de methodiek van dit type archeologische begeleiding wordt kort toegelicht in hoofdstuk 5, en nader toegelicht in een Programma van Eisen/Plan van Aanpak (conform KNA protocol 4003). Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in dezen de gemeente Voorst.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/YOKXPO
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/YOKXPO
Provenance
Creator Edens, E.; Kleine Koerkamp, K.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Boutestein, Jessie
Publication Year 2026
Rights CC-BY-NC-SA-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0
OpenAccess true
Contact Boutestein, Jessie (Antea Group Nederland)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf
Size 9111276
Version 1.0
Discipline Humanities