Tijdens het karterend booronderzoek is vastgesteld dat er op het onderzoeksterrein sprake is van enig reliëf in de pleistocene ondergrond, waarbij in het noorden van het onderzoeksterrein mogelijk een depressie of geul aanwezig is. Het pleistocene zand is in het Holoceen afgedekt met een veenpakket. Vanwege het feit dat er in de top van het pleistocene zand geen bodemvorming is waargenomen, is in overleg met het bevoegd gezag, de Provinciaal Archeoloog van Friesland, aanbevolen om het terrein vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. 6 Mochten er tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten te voorschijn komen, dient dit onmiddellijk te worden gemeld aan het bevoegd gezag.
Date: 2006