In opdracht van het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam heeft de afdeling Onderzoek en Rapportage van het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) van de gemeente Rotterdam in juni 2017 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Park de Twee Heuvels Waterpartij te Rotterdam. In totaal zijn verspreid over het plangebied zes boringen verricht. Er is geboord vanaf het maaiveld tot maximaal 8,35 m - NAP (7,66 m - mv). Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het plangebied een bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is verricht, omdat bij de geplande uitbreidingen van waterpartijen grondwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd die reiken tot maximaal 4 m - mv. Indien archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen deze hierbij worden aangetast of vernietigd.Uit het bureauonderzoek, waarbij onder meer is gekeken naar de historische situatie, de bodemopbouw ter plaatse en de bekende archeologische waarden in (de omgeving van) het plangebied, komt naar voren dat voor het gehele plangebied een zeer hoge archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit het Mesolithicum en het Neolithicum. Vindplaatsen uit deze perioden kunnen bijvoorbeeld aangetroffen worden in of op de top van de rivierduinen van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen. Laat-mesolithische en neolithische vindplaatsen kunnen eventueel ook op stroomgordelafzettingen behorend tot de Formatie van Echteld verwacht worden. Er geldt een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Bronstijd. De vindplaatsen kunnen aangetroffen worden op eventueel aanwezige stroomgordelafzettingen behorend tot de Formatie van Echteld.Voor vindplaatsen uit de IJzertijd en de Romeinse tijd geldt redelijk hoge archeologische verwachting, in de top van het veen van de Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket. De aanwezigheid van archeologische waarden in de top van het veen is sterk afhankelijk van de mate van gaafheid van het veen. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen (tot 1373) geldt een redelijk hoge archeologische verwachting. Eventueel aanwezige vindplaatsen bevinden zich in de top van het veen of in top van een dun overstromingsdek dat gerekend wordt tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren. Voor vindplaatsen uit de Middeleeuwen (vanaf 1373) en Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting óp het overstromingsdek dat na de ondergang van de Riederwaard is afgezet.Uit het verkennend inventariserend veldonderzoek blijkt dat het volgens de geologische kaart verwachte rivierduin behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen, niet binnen de 8,35 m - NAP aanwezig is. De aangeboorde ondergrond in het plangebied bestaat uit een klastisch pakket, dat gerekend kan worden tot de Formatie van Echteld, vanaf een minimale diepte van 5,61 m - NAP (4,92 m - mv).Op dit pakket is vanaf minimaal 3,74 m - NAP (2,71 m - mv), een pakket veen aangetroffen. Dit veenpakket kan gerekend worden tot de Formatie van Nieuwkoop.Verspreid over het plangebied is in alle boringen, vanaf minimaal 1,09 m - NAP (0,40 m - mv), een derde klastisch pakket aangeboord. Het betreft het overstromingsdek dat gevormd is tussen 1373-1375, de periode van de overstromingen van de Riederwaard, en 1500, toen de polder Klein Nieuwland, werd gevormd. De afzettingen kunnen gerekend worden tot de Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren (voorheen Afzettingen van Duinkerke III). In 1 boring is de basis van dit pakket toe te schrijven aan een tweede klastisch pakket van het Laagpakket van Walcheren (mogelijk Duinkerke I of een vroegere fase van de Afzettingen van Duinkerke III), vanaf 4,13 m - NAP (3,44 m - mv). Dit pakket is in de overige boringen volledig geërodeerd door de latere overstromingsfase.De bovenste bodemlaag in het plangebied wordt gevormd door een (sub)recent geroerd en/of opgebracht pakket.Uit het veldonderzoek is gebleken dat de top van het veen, waarvoor een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting gold voor vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot 1373-1375), deels is aangetast als gevolg van de laatmiddeleeuwse overstromingen. Dit geldt ook voor de kleilaag die tot het Laagpakket van Walcheren (voorheen vroege fase Afzettingen van Duinkerke III) wordt gerekend, deze is in slechts in één boring aangetroffen. De top van het laatmiddeleeuwse overstromingsdek is verstoord door (sub)recente grondroerende activiteiten. In het plangebied zijn tijdens het verkennend inventariserend veldonderzoek geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Bovendien zijn de stratigrafische niveaus die binnen de verstoringsdiepte van 4 m - mv liggen, aangetast door erosie of grondroerende activiteiten. Concluderend kan dan ook gesteld worden dat de kans zeer klein is dat bij de geplande werkzaamheden in het, tot maximaal 4 m - mv, archeologische waarden verstoord zullen worden.Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt de aanbeveling voor het plangebied Park de Twee Heuvels Waterpartij te Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Zonder verder archeologisch onderzoek kan worden gestart met de voorgenomen werkzaamheden.