(15929.008) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek 2 locaties in de Oranjebuurt te Dieren

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Vanuit het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m het Midden-Neolithicum en een hoge verwachting voor de perioden Laat-Neolithicum t/m de Vroege-Middeleeuwen. Verzamelde landschappelijke gegevens geven aan dat het plangebied op de hogere delen van een van noordwest naar zuidoost aflopende daluitspoelingswaaier (lob) ligt, in de overgangszone van de ten westen gelegen Oost-Veluwse stuwwal naar het ten oosten gelegen Pleistocene dal van de IJssel (het IJsselbekken). Hoewel het plangebied binnen een gradiëntzone ligt, ontbreekt het aan stromend water (geen natuurlijke beekdalen in de omgeving van het plangebied aanwezig). Ook zijn er tot op heden geen vondsten bekend van jagers en verzamelaars in het onderzoeksgebied. De mineralogisch rijke bruine zanden en moderpodzolbodem, welke in het plangebied van nature worden verwacht in de top van de daluitspoelingswaaierafzettingen, hebben een hoge natuurlijke bodemvruchtbaarheid en daardoor een aantrekkelijke vestigingslocaties gevormd voor Landbouwers. De verder, van nature, voldoende ontwaterde gronden op de daluitspoelingswaaier waren geschikt voor het verbouwen van gewassen. Aangetroffen archeologische resten in de omgeving van het plangebied geven aan dat menselijke (tijdelijke) bewoningsactiviteiten op de daluitspoelingswaaier hebben plaatsgevonden zowel tijdens de Vroege- als Late-Prehistorie.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat verder zien dat het plangebied vanaf in ieder geval de tweede helft van de 18e eeuw langs de rand van de Dierense enk lag en of in gebruik was als akkerland of (deels) een ligging had binnen de voorloper van de Buitensingel, welke langs de noordwestzijde van de Dierense enk liep. De oude/historische dorpskern van Dieren ligt verder ten zuidoosten van het plangebied. Er zijn geen aanwijzingen dat er binnen het plangebied historische bebouwing heeft gestaan. De voorloper van de Buitensingel is waarschijnlijk meerdere keren vernieuwd. De Koningin Julianalaan, waar de zuidwestelijk gelegen locatie in ligt, is pas in de jaren ’80 van de 20e eeuw aangelegd. De kans op het aantreffen van restanten van historische bouwwerken/bebouwing uit de Late-Middeleeuwen en/of de Nieuwe tijd (bijvoorbeeld in de vorm van muurresten/fundering) binnen de begrenzing van het plangebied wordt daarom kleiner/minder waarschijnlijk geacht, vandaar de middelhoge verwachting voor de periode Late-Middeleeuwen en een lage verwachting voor de periode Nieuwe tijd.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) bevestigd alleen de landschappelijke ligging van het plangebied binnen een daluitspoelingswaaier en het oorspronkelijke moedermateriaal betreft sneeuwsmeltwater-/daluitspoelingswaaierafzettingen. Er hebben zowel in de zuidwestelijk als in de noordoostelijk gelegen locatie bodemverstorende ingrepen/vergravingen plaatsgevonden tot circa 100 cm -mv, meest waarschijnlijk ten gevolge van eerdere wegvernieuwingen/aanleggen van kabels en leidingen (nutsvoorzieningen)/inrichting van de openbare ruimte. Restanten van de vermoedelijk van nature gevormde holtpodzolbodem/bruine bosgrond zijn bij géén van de boringen aangetroffen. Op grond van de verstoorde bodemopbouw geldt dat het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau (vrijwel) geheel zijn verstoord/vergraven. Ook zijn er in het opgeboorde en vervolgens gezeefde bodemmateriaal (karterende fase van het booronderzoek) geen archeologisch relevante indicatoren aangetroffen.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat voor het plangebied, op basis de verstoorde bodemopbouw en het verder ontbreken van archeologische indicatoren, er geen aanwijzingen zijn die kunnen duiden op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. De gespecificeerde archeologische verwachting, op basis van het bureauonderzoek, dient dan ook bijgesteld te worden naar geen verwachting. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen/reeds uitgevoerde bodemingrepen ter plaatse van de zuidwestelijk gelegen locatie.

Advies Op grond van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen en binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Voor het plangebied geldt dat de natuurlijke bodemopbouw verstoord is tot in de oorspronkelijke top van de C-horizont en dat het archeologisch potentiële vondst- als sporenniveau (vrijwel) geheel zijn verstoord/vergraven. Archeologische indicatoren ontbreken eveneens in het opgeboorde materiaal.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Het is verder raadzaam om ook de gemeente Rheden op de hoogte te stellen.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/JIKK2Q
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/JIKK2Q
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 11996250
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem