De aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen realisatie van een ongelijkvloerse spoorkruising en de hieraan gerelateerde aanpassing van het wegennet en de openbare ruimte. De werkzaamheden zullen bestaan uit de bouw van een tweetal kunstwerken, een verkeerstunnel in de te verleggen N226 met daar overheen een spoorviaduct. Tevens worden twee fietsviaducten gebouwd en circa 200 m in oostelijke richting een fietstunnel ter plaatse van de huidige kruising van het fietspad evenwijdig aan de N226 met het spoor. Hiertoe zullen de woningen aan de Tuindorpweg 5c en 5d worden gesloopt. Ten behoeve van de onderdoorgang is een bouwkuip met tijdelijke stalen damwanden voorzien. Het laagste punt van de tunnelbak zal op 6,8 m +NAP komen te liggen.Binnen het plangebied zijn 18 proefsleuven aangelegd. Uit dit proefsleuvenonderzoek bleek dat het volledige terrein tot ruim 1 m onder maaiveld is omgezet/omgeploegd. Dit is waarschijnlijk gebeurd ter voorbereiding op het planten van bomen en heeft vermoedelijk plaatsgevonden in de jaren ‘60/ ‘70 van de vorige eeuw. Slechts sporadisch is een intacte bodem en een intact archeologisch niveau aangetroffen, waarbij het ging om zeer kleine oppervlaktes van slechts enkele vierkante meters of minder. Op basis van deze locaties is duidelijk dat het archeologisch niveau (de top van de C-horizont) op ca. 0,3 m –Mv ligt of heeft gelegen. Eventuele archeologische resten zijn door de verploeging dus volledig verstoord. De grootschalige verstoring daar gelaten, zijn er ook geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten binnen het plangebied in de vorm van vondsten of sporen.