In november 2013 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de locatie De Blenk, Ulft. Dit bureauonderzoek heeft geresulteerd in een specifiek verwachtingsmodel voor deze locatie. Aan de hand van deze gegevens kunnen vervolgens adviezen over de aanwezige archeologische resten en/of vervolgtraject worden opgesteldOp basis van de bekende gegevens omtrent archeologische waarden in het gebied en geografische ligging moet worden geconcludeerd dat voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor archeologische resten uit vrijwel alle perioden. Door de ligging op een terrasrug bestaat een kans om restanten uit het paleo- tot het neolithicum aan te treffen. Voor het paleo- tot neolithicum geldt daarom een middelhoge verwachting. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden resten aangetroffen van een mogelijk grafveld uit de ijzertijd. Onbekend is in welke richting het grafveld zich uitstrekt of wat de ligging is van de bijbehorende nederzetting. Aangezien het plangebied geomorfologisch hiervoor geschikt is, bestaat de mogelijkheid dat resten uit deze periode worden aangetroffen. Derhalve geldt een middelhoge verwachting. Voor Romeinse aanwezigheid zijn aan de hand van de geraadpleegde bronnen geen aanwijzingen. Toch vallen bewoningsresten uit deze periode niet uit te sluiten. In de ruimere omgeving zijn er namelijk wel indicaties voor Romeinse activiteiten. Voor de Romeinse tijd geldt daarom een middelhoge verwachting. Ondanks de onbebouwde aard van het terrein op het beschikbare kaartmateriaal is de ligging van het kasteelterrein op korte afstand mogelijk aanleiding geweest van de inrichting van het terrein in het verleden. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld verdedigingswerken als wallen en grachten. Met deze reden wordt de verwachting voor de middeleeuwen op middelhoog gesteld. Door de bouw van een ijzergieterij in de 18e eeuw en drie steen- en pannenfabrieken in de 19e eeuw geldt ook een middelhoge verwachting voor de nieuwe tijd. Ondanks dat dit archeologie is, kunnen deze activiteiten ook in het verleden hebben geleid tot grootschalige ontginning met verstoringen van de bodem tot gevolg. De afwezigheid van de natuurlijke bodemopbouw en archeologische resten kunnen een indicatie zijn voor kleiwinningOp basis van het uitgevoerde verkennend onderzoek kan worden gesteld dat alle boringen, met uitzondering van boring 1, een verstoorde bodem weergeven. De verstoring reikt in ieder geval tot 40 – 120 cm – mv. De verstoringen reiken tot in de C-horizont. Naar mate men verder weg gaat van de bestaande bebouwing zal de bodem beter bewaard zijn, boring 1 is hier indicatief voor. Echter gezien de voornamelijk verstoorde aard van de bodem in combinatie met de beperkte omvang van de ingreep en versnipperde aard van het oppervlak, wordt geadviseerd dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht
AM13219