A12 Spoorzone Zeist, gemeente Zeist; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek | cultuurhistorisch onderzoek

DOI

In opdracht van de gemeente Zeist heeft RAAP in mei 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en een cultuurhistorisch onderzoek uitgevoerd voor de A12-Spoorzone te Zeist. Het onderzoek vond plaats in het kader van het opstellen van een gebiedsvisie.De gemeente Zeist ligt op de overgang van de hoger gelegen, zandige stuwwallen van de Utrechtse Heuvelrug naar de lager gelegen rivierkleigebieden van de Kromme Rijn. Het plangebied bevindt zich op de lagere kleigronden langs de rivier, op gemiddeld zo’n 2,5 tot 5 m boven NAP. Aan de zuidzijde loopt sinds de Tweede Wereldoorlog de A12 die het gebied heeft afgesneden van de Kromme Rijn. Aan de noordzijde vormt de spoorlijn Amsterdam-Arnhem (aangelegd tussen 1843-1845) de begrenzing van het plangebied.Eeuwenlang stroomde de Kromme Rijn ongehinderd door het gebied, waarbij de rivier geregeld zijn loop verlegde. Dit proces duurde tot in de eerste eeuw na Christus. Deze rivier behoorde tot het type dat zandig sediment afzet in de vorm van bedding- en geulafzettingen en oeverwallen. Verder van de stroom af werd – bij overstromingen – klei afgezet in de laag gelegen kommen. Wanneer de sedimentatie vanuit de rivier in de kommen stokte, werd er veen gevormd. Mede daardoor ontstond een divers en reliëfrijk landschap. De komgebieden waren te nat en drassig om te bewonen, maar de hoger gelegen zandgronden moeten aantrekkelijke vestigingslocaties zijn geweest. Verwacht wordt dan ook dat deze geschikt waren voor bewoning, vooral door landbouwers (vanaf het neolithicum).Uit de middeleeuwen is bekend dat de bisschop van Utrecht in de 9de eeuw bezittingen had te Rumpst, waaronder het meest westelijke deel van het plangebied, en dat hier mogelijk een (kleine) agrarische gemeenschap bestond. Ook de Odijkerweg bestond toen reeds. Na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122 liet de bisschop de gronden langs de rivier in cultuur brengen. Hij liet deze ontginningen uitvoeren door particulieren die in ruil daarvoor een zekere machtspositie in het nieuw ontgonnen gebied kregen. Op deze manier zijn in het plangebied de ontginningen Stoetwegen en Vierhoeven tot stand gekomen. De begrenzingen zijn nog grotendeels te herkennen. De ontgonnen gronden werden voor agrarische doeleinden gebruikt. Van de wegen- en waterstructuren die met dit gebruik gepaard gingen, vormt onder meer nog de Tiendweg een duidelijke erfenis.Behalve de kerk begonnen ook deze particulieren hun stempel op het gebied te drukken door de bouw van versterkte huizen. Op Blikkenburg heeft een dergelijk kasteel gestaan, dat vermoedelijk door een ontginnersfamilie is gesticht. Naarmate de welvaart in de steden vanaf de middeleeuwen toenam, ontstond de trend onder rijke stedelingen om in Zeist hun zomerverblijven te stichten. Door het creëren van zichtlijnen ontstond een nieuwe ruimtelijke verbinding tussen het landschap en zijn bewoners. In de zeventiende eeuw werd Rijnwijk door de kanunnik Jacob van Asch van Wijk aangelegd. De sloop van het huis in de 19e eeuw zou de laatste grote ingreep in het plangebied genoemd kunnen worden; latere ontwikkelingen waren, met uitzondering van de aanleg van de spoorlijn en de snelweg, beperkt van omvang en aard.Bovengronds zijn dan ook nog veel sporen aanwezig van de hierboven beschreven episodes. Op sommige plaatsen geldt ook voor de bodem een hoge verwachting voor het aantreffen van resten van bewoning. In deze rapportage zijn de waarden geïnventariseerd en worden adviezen gegeven voor het vervolg. Hierbij is rekening gehouden met het scenario dat er in het plangebied windmolens en/of een zonneveld worden gebouwd. De belangrijkste conclusies en adviezen zijn als volgt: In het oosten van het plangebied kan sprake zijn van resten van tijdelijke kampementen uit het paleo– en mesolithicum. Verder westelijk is de top van het pleistocene landschap hoogstwaarschijnlijk geërodeerd door holocene rivieractiviteit, maar een exacte begrenzing hiervan kan niet worden gegeven. In het westen en midden van het plangebied kan sprake zijn van resten van bewoning uit de periode neolithicum tot aan de 17e eeuw. Het gaat het om bewoonbare rivierafzettingen aan maaiveld. Door het midden van het plangebied loopt een strook laaggelegen, kleiige afzettingen waarvoor de archeologische verwachting laag is. Op twee plekken in het plangebied is zeker sprake van resten van bebouwing uit de Nieuwe Tijd: Rijnwijk en een erf iets ten oosten daarvan. Langs een aantal als ontginningsassen weergegeven stroken op de gemeentelijke verwachtingskaart is sprake van een verwachting op bewonings- en bebouwingsresten voor de periode vanaf de start van de ontginningen aan het begin van de late middeleeuwen tot de 17e eeuw. Er zijn in het plangebied twee landschapstypen te onderscheiden, die in oorsprong dateren uit de middeleeuwen. De stroomrugontginning van de Rumpst wordt gekenmerkt door een onregelmatige, blokvormige verkaveling die in de loop der tijd is ontstaan. De ontginningen van Stoetwegen, Vierhoeven en het zuidoostelijke deel van de Breul kenmerken zich juist door een hoge mate van regelmatigheid als gevolg van een planmatige ontginning in relatief korte tijd na de afdamming van de Kromme Rijn in 1122. Uit de waardering van de landschapstypen blijkt het grootste deel van het plangebied positief tot hoog te scoren. De voormalige ontginning Vierhoeven is het best bewaard gebleven. Onlangs de doorsnijding van de snelweg is de oorspronkelijke indeling van deze ontginning nog in hoge mate herkenbaar en heeft dit landschapstype door de aanleg van landgoed Rijnwijk en de aanwezigheid van het historische land- en waterwegenpatroon een hoge zeggingskracht. Ook de ten westen daarvan gelegen ontginning Stoetwegen is hoog gewaardeerd, als goed herkenbaar voorbeeld van de ontginningen langs de Kromme Rijn. Het zuidelijkste stukje van Stoetwegen is door de aanleg van de snelweg echter verstoord en scoort daarom laag. De stroomrugontginning van de Rumpst is minder goed bewaard gebleven en scoort daarom positief. Door latere perceelsveranderingen, bosbouw en de aanleg van de snelweg is het oorspronkelijke open landschapsbeeld met een onregelmatige blokverkaveling in beperkte mate bewaard gebleven. In het deel direct langs de Kromme Rijn is dit beeld wel bewaard gebleven en daarom scoort dat deel van de Rumpst hoog. Het stukje van de ontginning de Breul/Weerdorp in het noordoosten van het plangebied tenslotte scoort laag, omdat het oorspronkelijke landschapsbeeld hier nagenoeg geheel verdwenen is door perceelsveranderingen en bedrijfsbebouwing. Uit de waardering van de landschapselementen blijkt eveneens dat de meeste structuren hoog en positief scoren. De Tiendweg en de oudste lanen bij Rijnwijk zijn de belangrijkste historische wegen, daarna volgen de 19e-eeuwse wijzigingen en toevoeging van lanen in het gebied. De ouderdom van de waterwegen is meestal dusdanig dat ook deze in combinatie met een hoge mate van oorspronkelijkheid hoog scoren. Diverse stroomruggen van de Kromme Rijn zijn nog als subtiele hoogteverschillen in het landschap aanwezig. Op sommige plekken zijn ze herkenbaar aan de onregelmatig gevormde sloten. Deze hoogteverschillen en sloten zijn waardevolle elementen die de landschapsgeschiedenis van het gebied inzichtelijk maken. Uit de inventarisatie van gemeentelijke/rijksmonumenten blijkt dat in het onderzoeksgebied geen beschermde objecten liggen. De beschermde boerderij Zomerdijk (gemeentelijk monument) en het jachthuis van Wulperhorst (rijksmonument) liggen aan de grens van het plangebied en zijn derhalve wel aangegeven. Wel is een deel van het plangebied als Beschermde Structuur aangewezen door de Gemeente Zeist. In het gebied liggen diverse (restanten van) historische zichtassen.

Date Submitted: 2022-01-18

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zza-k4tq
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zza-k4tq
Provenance
Creator R.A.C. Kroes; A.M.J. Kuijt; M. IJsselstijn
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor M. Hemminga; RAAP Archeologisch Adviesbureau BV
Publication Year 2022
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact M. Hemminga (RAAP Archeologisch Adviesbureau BV.)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/zip; application/pdf
Size 47886; 10642116
Version 1.0
Discipline Humanities