Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (22306.002) hoek Nieuwstraat en Zuivelstraat te Dongen

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van resten en sporen van (tijdelijke) bewoningsactiviteiten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor de perioden Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het plangebied ligt namelijk op een relatief hooggelegen en van oostzuidoost naar westnoordwest georiënteerde dekzandrug ligt, waarop ook de historische dorpskern van Dongen is ontstaan enkele honderden meters ten westen. Op relatief korte afstand lag het beekdal van de Donge. Dit water bood de mogelijkheid tot visvangst en het bejagen van dieren die naar het water trokken, vormde een belangrijke transportroute, was het een bron van drinkwater en er was wellicht ook een rijke vegetatie voorhanden als voedselbron. De grootte van de dekzandruggen vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. De relatief hooggelegen dekzandrug waar het plangebied op ligt, is zeer waarschijnlijk ook niet overdekt geweest met (hoog)veen. De van oorsprong laatmiddeleeuwse dorpskern van Dongen is enkele honderden meters ten westen van het plangebied ontstaan. Langs historische wegen nabij deze dorpskern ontstond lintbebouwing, zoals de nabijgelegen voorloper van de Sint Josephstraat en de verder ten noorden gelegen voorloper van de weg Hoge Ham (stamt uit de 15e eeuw). Het plangebied zelf heeft waarschijnlijk een langdurig gebruik gekend als akkerland/bouwland. Historisch kaartmateriaal van de afgelopen tweehonderd jaar laat geen historische bebouwing/huisplaatsen zien binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied. Archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied heeft tot op heden deels geresulteerd in het aantreffen van een verstoorde bodemopbouw en deels in het aantreffen van een intacte hoge zwarte enkeerdgrond, al dan niet met mogelijk nog een oude akkerlaag. Meest nabij het plangebied is een archeologische vindplaats aangetroffen met bewoningssporen van een erf uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten een verstoorde bodemopbouw zien binnen het plangebied. Ten gevolge van recente bodembewerking (ten gevolge van diepploeg-werkzaamheden dan wel de inrichting/het gebruik als siertuin) komen tot variërende diepte en minimaal 95 tot maximaal 135 cm -mv, geroerde/verstoorde lagen grond voor. Dit is het duidelijkst zichtbaar in lagen waarin vlekken/brokken geel tot geelgrijs gekleurd zand te zien zijn, ten gevolge van opmenging van zand van de oorspronkelijke C-horizont vermengd met humeus zand. Restanten van het van nature gevormde bodemprofiel zijn in géén van de boringen aangetroffen en de overgang naar de onderliggende C-horizont (dekzandafzettingen) is ook vlekkerig. Restanten van het van nature gevormde bodemprofiel zijn verder niet aangetroffen in de boringen.

Conclusie Op basis van de aangetroffen bodemopbouw blijkt dat er in het gehele plangebied diepgaande recente bodemverstoringen/vergravingen hebben plaatsgevonden, waardoor het archeologisch potentiële sporen- als vondstniveau volledig verstoord is en eventueel voorheen hierin voorkomende archeologische resten dan ook niet meer in situ worden verwacht. Geconcludeerd wordt dat de hoge tot middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden bijgesteld dient te worden naar een lage verwachting.

Advies Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden/de verstoorde bodemopbouw, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/EQIEAR
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/EQIEAR
Provenance
Creator Broeke, E.M. ten
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, E.M. ten; Econsultancy
Publication Year 2024
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, E.M. ten (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 9286600
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem