Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen de in het Programma van Eisen (PvE) geformuleerde onderzoeksvragen (zie paragraaf 1.4) niet worden beantwoord. Tijdens de archeologische begeleiding zijn namelijk geen archeologische sporen aangetroffen.De enige opvallende vondst is die van een walbeschoeiing in de oude loop van het Voorste Diep. De beschoeiing is niet exact te dateren, maar is in gebruik geweest vóór 1920. Omstreeks deze periode werd het kanaal Buinen-Schoonoord gegraven en raakte het Voorste Diep in onbruik. Tijdens het archeologisch onderzoek zijn enkel natuurlijke grondlagen gedocumenteerd die enig inzicht in de landschappelijke ontwikkeling kunnen verschaffen. Uit de archeologische begeleiding komt naar voren dat het Voorste Diep afwisselend open en begroeid is geweest en er dekzandafzettingen hebben plaatsgevonden. Deze resultaten zijn in grote lijnen in overeenstemming met het al bestaande beeld van het dal van het Voorste Diep. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er zich op het terrein geen restanten van een archeologische vindplaats bevinden. Er kan worden gesteld dat het onderzoeksterrein geen archeologische waarde heeft en mag derhalve als ’niet behoudenswaardig’ worden aangemerkt. Hoewel bij onderhavig onderzoek geen directe archeologische indicatoren zijn aangetroffen, kan de omgeving van het plangebied archeologisch toch zeer waardevol zijn, gezien de rijke bewoningsgeschiedenis van Borger. Wanneer bij de uitvoering onverhoopt grondsporen en/of vondsten worden aangetroffen, dient hiervan direct melding te worden gemaakt bij de provinciaal archeoloog van Drenthe.
Issued: 2007-04-23