Archol bv heeft in opdracht van AVG Explosieven Opsporing Nederland een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Natuur Vriendelijke Oevers (NVO) Hedelse Bovenwater. Aanleiding voor het onderzoek is de hier voorgenomen realisatie van een natuurvriendelijke oever. Hierbij zijn grondwerkzaamheden gepland waarbij mogelijk aanwezige archeologische waarden kunnen worden bedreigd. Doel van het bureauonderzoek was een inschatting te geven van de effecten van de voorgenomen werkzaamheden op bekende en verwachte archeologische waarden in het plangebied natuurvriendelijke oevers Hedelse Bovenwaard. Op basis van de landschappelijke en analyse kan worden geconcludeerd dat dat het plangebied bestaat uit afzettingen van de Maas die vanaf circa 100 AD zijn ontstaan. De landschappelijke en archeologische inventarisatie heeft aangetoond dat het plangebied waarschijnlijk nooit aantrekkelijk voor bewoning is geweest. Wel kunnen in het westen en centrale deel vindplaatsen van watergerelateerde economische en rituele activiteiten uit de Romeinse tijd tot Nieuwe tijd worden verwacht (middelhoge verwachting). Met name voor de Romeinse tijd lijkt de kans hierop groot. Het is zelfs mogelijk dat in of nabij het plangebied een Romeins heiligdom heeft gestaan. Voor de Romeinse tijd passen we de verwachting naar hoog bij. De verwachte archeologische resten kunnen vanaf het maaiveld en dieper worden aangetroffen.
In het oostelijke, zoor de zandwinning geheel verstoorde deel kunnen geen archeologische resten meer verwacht worden. Hiervoor geldt geen archeologische verwachting.
Afgaand op de door de opdrachtgever geleverde informatie, beperken de geplande werkzaamheden in het kader van ‘natuurvriendelijke oevers Maas’ zich vrijwel volledig tot de huidige, veel lager gelegen oeverzone van de Maas . Hier wordt onder andere een uit houten palen opgebouwde golfbreker gerealiseerd, waarachter de laagten in het huidige oeverprofiel, veroorzaakt door oevererosie, worden opgevuld met grond. Om het aangevulde pakket goed te laten aansluiten op de bestaande steilranden wordt deze iets geprofileerd door een getrapte aanleg. Het daarbij te verstoren oppervlak met intacte bodemprofiel is te verwaarlozen. Geconcludeerd kan worden dat de kans dat bij de geplande werkzaamheden archeologische resten (in situ) kunnen worden verstoord nagenoeg afwezig is, maar voor de Romeinse tijd (vanwege de hoge verwachting) niet geheel is uit te sluiten.
Op basis van beschikbare gegevens ten aanzien van geplande werkzaamheden worden voor het merendeel van de werkzaamheden geen aanbevelingen gedaan voor archeologisch vervolgonderzoek. Alleen voor de profilering van de bestaande steilranden adviseren wij deze onder archeologische begeleiding te laten uitvoeren, vanwege de hoge archeologische verwachting voor de Romeinse tijd, in het bijzonder voor heiligdommen.
Ondanks dat het bureauonderzoek met alle zorgvuldigheid is opgesteld, is niet uit te sluiten dat in adviesgebieden zonder vervolgonderzoek, toch archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Indien er bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet melding gedaan te worden bij het bevoegd gezag.
Op basis van de bevindingen van dit onderzoek neemt de gemeente Maasdriel een formeel besluit. Met betrekking tot deze aanbevelingen dient dan ook contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag.