Carnavalsloodsen Cranendonck IVO-P variant archeologische begeleiding. De Branten 15 te Soerendonk en Poelderstraat 4b te Budel in de gemeente Cranendonck

DOI

Op 10 en 11 juli 2017 heeft Antea Group, in opdracht van de gemeente Cranendonck, een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P), variant archeologische begeleiding, uitgevoerd op twee locaties in de gemeente Cranendonck.De directe aanleiding tot het onderzoek is het voornemen van de gemeente Cranendonck om op twee locaties nieuwe carnavalsloodsen te realiseren. De twee loodsen worden in gebruik genomen voor de opbouw en stalling van carnavalswagens. De bouw van de loodsen gaat gepaard met bodemverstorende werkzaamheden. De eerste loods wordt gerealiseerd op een gedeelte van het Sportpark “de Braken” aan De Branten 15 te Soerendonk (plangebied 1). De tweede loods wordt gebouwd op een gedeelte van het perceel aan de Poelderstraat 4b te Budel (plangebied 2). Beide loodsen hebben een oppervlakte van 1.200 m2.Veldonderzoek Deelgebied 1 (De Branten, Soerendonk) De bodemopbouw ter plaatse van deelgebied 1 (zie profielen P25 – P40) wordt, van boven naar beneden, gekenmerkt door de aanwezigheid van een 0,5 tot 1,0 m dikke – veelal verstoorde - A-horizont bestaande uit zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, bruingrijs dekzand met hier en daar sporen baksteen. Hieronder óf direct de C-horizont aanwezig, óf is eerst sprake van een verstoorde tussenlaag. Het bijzondere hierbij is het verschil in bodemopbouw op de korte afstand van de poeren. Het is daarmee een aanwijzing dat een deel van het plangebied in ieder geval tot in de oorspronkelijke top van de C-Horizont geroerd is geweest.Deelgebied 2 (Poelderstraat, Budel) De bodemopbouw ter plaatse van deelgebied 2 (zie profielen P1 - P24) wordt, van boven naar beneden ter plaatse van het voormalige volleybalspeelveld, gekenmerkt door de aanwezigheid van een circa 0,13 m dikke laag asfalt.-Hieronder is tot op een diepte van 0,45 – 0,55 m – mv een pakket cunetzand.-Vervolgens is tot op een diepte van 0,7 – 0,9 m – mv sprake van een één tot drielagig pakket zeer fijn, zwak tot matig humeus zand met hier en daar baksteenresten en houtskoolspikkels. Dit betreft een meerfasig esdek, waarvan het bovenste gedeelte is afgegraven.-Hieronder is direct de gelige C-horizont aanwezig.Net buiten de zone met asfalt (zie P1 – P20) is sprake van een vergelijkbare situatie; hier ontbreekt echter het asfalt en het genoemde pakket cunetzand. Anders dan op de locatie in Soerendonk was hier nog wel sprake van een deels intacte bodemopbouw, begint onder het opgebrachte cunetzand.Er zijn tijdens het onderzoek in beide deelgebieden geen archeologische sporen aangetroffen.Conclusie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek werd, gezien de aanwezigheid van een deels intact meerfasig esdek, rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische resten uit diverse periode. Het veldonderzoek heeft echter geen vindplaats opgeleverd. Wel zijn er enkele vondsten aangetroffen (met name is het esdek). Daarnaast is gebleken dat de bodemopbouw ter plaatse van deelgebied 1 veel minder intact is dan gedacht.Er wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor wat betreft archeologie.In opdracht van CroonenBuro5 heeft Antea Group een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd voor twee plangebieden in de gemeente Cranendonck. In het kader van de bouw van twee loodsen voor de bouw en stalling van carnavalswagens dat gepaard zal gaan met bodemverstorende werkzaamheden dient het aspect archeologie te worden bekeken.De eerste loods zal worden gerealiseerd op een gedeelte van het Sportbark “de Braken” aan De Branten 15 te Soerendonk (plangebied 1). De tweede loods zal worden gebouwd op een gedeelte van het perceel aan de Poelderstraat 4b te Budel (plangebied 2). Beide loodsen zullen oppervlakte beslaan van 1.200 m2 .Beide plangebieden zijn gelegen binnen de contouren van het bestemmingsplan Buitengebied dat in 2009 is vastgesteld. Daarin geldt voor beide plangebied een dubbelbestemming waarde archeologie. Daarbij geldt een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstorende werkzaamheden met een oppervlakte van 100 m2 of meer die de bodem dieper dan 40 cm beneden maaiveld zullen verstoren.Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er voor beide plangebieden een hoge archeologische verwachting geldt. Vooral plangebied 2 lijkt erg kansrijk vanwege de nabijheid van een vindplaats uit de ijzertijd/Romeinse tijd. De aanwezigheid van een archeologische vindplaats is echter sterk afhankelijk van de bodemopbouw en eventuele recente verstoringen. Deze zijn niet inzichtelijk te maken op basis van een bureauonderzoek alleen. Daarom is dit bureauonderzoek aangevuld met een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen.De bodem kenmerkt zich in beide plangebieden door een AC profiel. De A-horizont bestaat onder de bouwvoor of het opgebrachte cunetzand uit een restant esdek. De overgang tussen het esdek en de C-horizont is vrij scherp.Voor beide plangebieden is in het bureauonderzoek een hoge verwachting uitgesproken. Op basis van de resultaten van de tijdens het veldwerk aangetroffen bodemopbouw is de verwachting nog steeds hoog.Het advies is tweeledig, maar wel voor beide plangebieden gelijk, afhankelijk van de funderingswijze van de te bouwen loodsen.1) Wanneer een sleuffundering voldoet, luidt het advies om over te gaan op een archeologische begeleiding van het graven van de funderingssleuven (conform KNA 4.0 : IVO-P variant begeleiding).2) Wanneer de bouwplannen het volledig uitgraven van een bouwkuip vereisen, luidt het advies om voorafgaand aan de verlening van een bouwvergunning over te gaan tot een proefsleuvenonderzoek. (IVO-P), waarbij een steekproef van circa 10 % van het plangebied wordt opgegraven om te bepalen of er archeologische sporen aanwezig zijn.Indien ja, kan dat leiden tot extra onderzoek (opgraven) wanneer de archeologische resten als behoudenswaardig worden beoordeeld.Voor het uitvoeren van gravend archeologisch onderzoek is het vooraf opstellen van een Programma van Eisen vereist. Dit dient vooraf door bevoegde overheid te worden vastgesteld.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-xm9-5qft
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-xm9-5qft
Provenance
Creator Antea Group
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak; Antea Group
Publication Year 2022
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/x-msaccess; text/xml; application/octet-stream; image/jpeg; application/dbf; application/prj; application/sbn; application/sbx; application/shp; application/shx
Size 2548555; 1535547; 8750143; 4571136; 245587; 129; 93484; 2752; 11032; 15108; 352538; 128; 201276; 2395; 3320; 1916; 6431232; 6348288; 6559744; 5847040; 5512758; 6890496; 6690816; 6610944; 6662656; 5433362; 6340096; 6169088; 6826496; 6153216; 6551040; 6165504; 6624768; 6562816; 6764032; 6776320; 6704640; 6093661; 6623744; 5852903; 6212096; 6744576; 6060967; 6241280; 6593024; 6772224; 6617088; 6106624; 6126080; 6874624; 6592000; 6665728; 6561792; 6277632; 6617600; 6689280; 6922752; 6692864; 6409728; 6856192; 6740992; 6658048; 6653440; 6462976; 6646784; 6707712; 6331904; 6713856; 6816256; 6649856; 6883840; 6280704; 6834688; 6825472; 7065600; 6280192; 6817792; 6500352; 6173184; 6422016; 6385152; 6780416; 6520832; 6615552; 6816768; 6450176; 6593536; 6626816; 6781952; 6780928; 6799360; 6636032; 6088704; 6370816; 6606336; 6608896; 6091264; 6853632; 5934716; 6808576; 6824960; 6458368; 6962176; 6421504; 6513152; 5754096; 6395392; 6404608; 6575104; 5728488; 6438912; 6319616; 6213120; 6323200; 6239232; 243965; 80; 428; 164; 124; 372; 116; 5332; 127; 122336; 2935; 778; 492; 5540; 420
Version 1.0
Discipline Humanities