Archeologisch booronderzoek Koezenkooiweg-Oude Rijksweg te Rouveen, gemeente Staphorst (OV)

DOI

De aanleiding tot het archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) zijn de bouwplannen voor de onderzochte percelen aan de Koezenkooiweg en Oude Rijksweg 478a te Rouveen. Het archeologisch booronderzoek heeft plaatsgevonden op 24 januari 2012.Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Tot aan de ontwatering en veenontginning waren de veengebieden vanwege de natheid van het landschap niet tot weinig geschikt voor bewoning. Het plangebied is pas laat ontgonnen, vanaf de 20e eeuw. De grootschaligheid en de wijze van ontginnen maken dat de kans op de aanwezigheid van archeologische resten van nederzettingen in het veengebied van voor de middeleeuwen en/of nieuwe tijd erg klein is. De omgeving van de beide plangebieden staat derhalve als verstoord aangegeven op de archeologische beleidskaart van gemeente Staphorst. De archeologische verwachting is daarom voor alle perioden laag. In het veengebied kunnen eventueel nog rituele deposities en losse vondsten uit de periode van voor de veenontginning aanwezig zijn. De kans op het aantreffen van dergelijke resten met behulp van booronderzoek is echter uitermate gering.Op grond van de bestudeerde bronnen kan geconcludeerd worden dat de middelhoge trefkans van het plangebied bijgesteld kan worden naar laag voor alle perioden. In overleg met het bevoegd gezag zijn per deelgebied 4 controleboringen gezet om de intactheid van de bodem te controleren. Uit het booronderzoek aan de Koezenkooiweg blijkt dat in de helft van de boringen de bovengrond van het dekzand is gemengd met restveen. In het dekzand is geen bodemvorming aangetroffen. Vermoedelijk is het terrein altijd te nat geweest voor bodemvormende processen. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen en ook een duidelijke cultuurlaag ontbreekt. De kans op het aantreffen van een archeologische vindplaats wordt daarom zeer laag ingeschat.Uit de boringen aan de Oude Rijksweg blijkt dat er sprake is van een laag moerige grond. Het aanwezige restveen is door de wisselende grondwaterstanden geoxideerd. In de boring langs de Oude Rijksweg aan is meer veen aangetroffen. Mogelijk verklaart dit de hogere ligging van de bebouwde percelen. Hier is tijdens de ontginning mogelijk minder of geen veen afgegraven waardoor deze delen nu hoger liggen. In de ondergrond van dekzand is geen bodemvorming waargenomen. Dit kan er op wijzen dat het terrein altijd te nat is geweest als vestigingsplaats voor de mens. De trefkans op archeologische resten wordt daarom zeer laag ingeschat.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-283-HS5X
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-283-HS5X
Provenance
Creator G.J. de Roller
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor o. satijn; MUG Ingenieursbureau b.v.
Publication Year 2013
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact o. satijn (Mug Ingenieursbureau)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 952130; 7072; 6916; 952; 7096
Version 1.0
Discipline Humanities