Binnen het huidige plangebied zijn verschillende werkzaamheden gepland. Ter plaatse van
de mogelijke pingoruïne 1183 zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden tot minstens
30 cm -Mv. Zodoende is besloten om een inventariserend veldonderzoek (IVO-O) uit te
voeren.
Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge archeologische verwachting op de
aanwezigheid van resten uit de Steentijd (Laat-Paleolithicum – Neolithicum). De
archeologische verwachting was echter afhankelijk van de aanwezigheid van pingo ruínes
binnen het plangebied en de mate van intactheid van de mogelijke pingoruïne en de hoogte
van de ringwal van de mogelijke pingoruïne. Voor latere periodes geldt op basis van het
bureauonderzoek een lage verwachting vanwege de lage, natte ligging van het plangebied.
Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is de hoge archeologische verwachting
op de aanwezigheid van resten uit de Steentijd (Laat-Paleolithicum – Neolithicum) niet
bevestigd. Binnen het plangebied is namelijk geen Pingo ruïne aangetroffen. De
aangetroffen bodemopbouw duidt op een dekzand depressie (uitblazingskom). Hiervoor zijn
meerdere redenen. Buiten de depressies is geen hoger gelegen ringwal aangetroffen die je
zou verwachting bij een pingoruïne. Het veenpakket is relatief dun (15-70 cm). Onder het
veen is in alle boringen het dekzand nog aanwezig. Tevens is het veen amorf en bevat
plaatselijk zand. Ook is de top van het veen niet intact in de meeste boringen. Het veen
vormt zodoende geen paleo-botanisch archief. Zodoende vormt deze met veen opgevulde
laagte waarschijnlijk een uitblazingskom. Buiten de uitblazingskom is de top van het
dekzand tevens niet intact tot in de C-horizont. Archeologische resten uit de steentijd
worden getypeerd door een dunne vondstlaag en ondiepe grondsporen in de top van het
dekzand. Dit niveau is niet meer aanwezig. Op basis van deze resultaten is de hoge
archeologische verwachting voor de aanwezigheid van resten uit de Steentijd (Laat-
Paleolithicum - Neolithicum) bij te stellen naar laag.
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het
plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen
zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd.