In opdracht van de SRE Milieudienst heeft onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in de A2-gemeenten Waalre, Valkenswaard en Cranendonck. Het inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) is uitgevoerd ter controle van de door de SRE ontwikkelde archeologische verwachtingskaart van de Kempengemeenten en bestaat uit het plaatsen van boringen ten einde de aard van het bodemprofiel en de intactheid daarvan te bepalen.Tijdens het onderzoek zijn per locatie de volgende onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak beantwoord:Hoe is de bodemopbouw en is deze nog intact?Er kan geconcludeerd worden dat slechts een deel van de onderzochte locaties inderdaad verstoord waren, hetzij door egalisatie, ontgronding of diepspitten. Soms hangen deze verstoringslocaties samen met de zogenaamde jonge ontginningen die eind 19de eeuw en begin 20ste eeuw hebben plaatsgevonden ter plaatse van heide- en bosgebieden. Het merendeel van de niet of deels verstoorde locaties waren gelegen op bospercelen en heidevelden. Zijn er veldwaarnemingen die relevant kunnen zijn voor de archeologische verwachting, en zo ja, welke zijn dit?In het algemeen was een tamelijk vlak tot vlak maaiveld een aanwijzing voor egalisatie en/of ontgronding. Meestal waren aanwijzingen indirect. In een aantal gevallen lag het maaiveld van de locatie beduidend hoger dan de omgevende akkers, elders lag het lager. Ook beddenbouw in verband met aspergeteelt vormde op één locatie een goede aanwijzing.