Tracé Olst - Hattem ten westen van de Bruinsweg en ten oosten van de Dingshofweg te Olst, gemeente Olst - Wijhe; archeologisch vooronderzoek: een karterend veldonderzoek Tracé Olst - Hattem ten westen van de Bruinsweg en ten oosten van de Dingshofweg te Olst, gemeente Olst - Wijhe; archeologisch vooronderzoek: een karterend veldonderzoek

DOI

In opdracht van LievenseCSO heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in maart 2017 een karterend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de vervanging van een gasleiding in de gemeente Olst-Wijhe. Voorgaand verkennend booronderzoek (Vosselman & Porreij-Lyklema, 2016) heeft uitgewezen dat voor delen van het plangebied een middelhoge tot hoge archeologische verwachting geldt (zie ook hoofdstuk 2).Voor de zone (met middelhoge tot hoge verwachting) waarin een werkstrook wordt aangelegd, is geadviseerd om daar waar bodemingrepen dieper reiken dan de top van het archeologisch relevante niveau (het dekzand) een karterend booronderzoek uit te voeren. In twee deelgebieden, rondom boringen 1 t/m 4 en rondom boringen 17 t/m 18 uit het verkennende booronderzoek, wordt de top van het dekzand door de aanleg van de werkstrook bedreigd. Het niveau bevindt zich hier op een diepte van 0,4 m -Mv.Doel van het karterend onderzoek is om te onderzoeken of er in de te onderzoeken zones aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen zijn.Tijdens het veldonderzoek zijn 26 boringen verricht. In het oostelijke deel van deelgebied A is een concrete aanwijzing voor de aanwezigheid van een steentijdvindplaats aangetroffen (een vuursteenafslag). De omvang van de vindplaats is onbekend. De aanwezigheid van een pozolbodem en bodemvorming in het dekzand in het westelijke deel van deelgebied A maakt dat ook hier een hoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten geldt.In deelgebied B ontbreken concrete aanwijzingen voor archeologische vindplaatsen. De bodem is vrijwel in het gehele deelgebied verstoord tot in de C-horizont. De vondst van één fragmentje houtskool vormt niet voldoende bewijs voor de aanwezigheid van een vindplaats. In deelgebied A is een vuursteenafslag aangetroffen in het dekzand.Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat in deelgebied A, bij bodemingrepen die dieper reiken dan de bij de boringen in figuur 2 aangegeven dieptes van de top van het dekzand, een archeologische vindplaats zal worden verstoord.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/dans-zau-kzx9
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/dans-zau-kzx9
Provenance
Creator J.E.A. Jans
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor R.C.B. Steenbak
Publication Year 2024
Rights DANS Licence; info:eu-repo/semantics/restrictedAccess; https://doi.org/10.17026/fp39-0x58
OpenAccess false
Contact R.C.B. Steenbak (Provincie Noord-Brabant)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml; application/zip; application/gml+xml; application/octet-stream
Size 204497; 39009; 25591; 3475; 6228; 3328; 2405; 21428; 5668; 1550742; 3281721; 204971; 23676; 10121; 4409; 20149; 3882; 7549; 5361; 11969; 70707; 1679; 708639; 37722; 3134; 3508; 4040
Version 1.0
Discipline Humanities