Meerlo, twee percelen aan de Hoofdstraat

DOI

In opdracht van Econsultancy bv heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor twee percelen aan de Hoofdstraat te Meerlo in de gemeente Meerlo-Wanssum. In het plangebied zullen twee woningen worden gerealiseerd. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Uit het bureauonderzoek komt naar voren dat vanwege de ligging van het plangebied aangrenzend aan de beekloop van de Grote Molenbeek, archeologische resten van tijdelijkenederzettingen, jacht- en visattributen, dumpzones, voorden, bruggen, wegen endepositieplaatsen kunnen voorkomen. Tijdens het Laat Paleolithicum, het Mesolithicum en het Vroeg Neolithicum heeft het beekdal een grote aantrekkingskracht gehad op de mens die in het gebied rondtrok. De beek bood mogelijkheden tot visvangst en het bejagen van dieren die naar de beek trokken. Daarnaast was er in het beekdal een rijke vegetatie voorhanden als voedselbron.De kans om attributen aan te treffen die voor de jacht of visvangst werden gebruikt, zoalsboomstamkano's, fuiken, visweren, strikken, netten pijlen en harpoenen is het grootst in het lagergelegen deel van het beekdal. Hier kunnen ook deposities, al dan niet van rituele aard, en resten van infrastructurele werken voorkomen. Deposities kunnen bestaan uit stenen en metalen voorwerpen, potten en menselijke of dierlijk resten. Bij infrastructurele werken moet vooralgedacht worden aan voorden, bruggen, knuppelpaden, sluizen, stuwen, dammen en wegen.e Het plangebied is deels gesaneerd (het noordelijke deelgebied). Verder is de beek in de 20 eeuw gekanaliseerd, waarbij grootschalige graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Het is daardoor zeer waarschijnlijk dat de bodem tot aan de onderkant van de bouwvoor (bovenste 30 cm), maar mogelijk ook dieper, verstoord is. De kans is klein dat mogelijke archeologische resten nog in situ aanwezig zijn.Uit het booronderzoek komt naar voren dat voor het plangebied de bodem in het plangebied tot minimaal 40-140 cm sterk verstoord is, waarschijnlijk door de kanalisatie van de Grote Molenbeek. In het noordelijke deelgebied is door de saneringswerkzaamheden ca. 50-150 cm van het oorspronkelijke bodemprofiel verdwenen. Door de verstoringen is de kans klein dat hier nog (intacte) archeologische resten aanwezig zijn.ADC ArcheoProjecten adviseert om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Wat betreft de archeologie is er geen belemmering om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in de Monumentenwet.

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-26X-E38Z
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-26X-E38Z
Provenance
Creator M. Stiekema
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor J.W. Beestman; ADC ArcheoProjecten
Publication Year 2020
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact J.W. Beestman (ADC)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; text/xml
Size 445243; 6614; 6386; 798; 3631
Version 1.0
Discipline Humanities