Laagland Archeologie heeft in april 2026 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Marshoekersteeg 27 te Dalfsen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de ontwikkeling van vakantiewoningen en een natuurzwemvijver.
Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB 4002.
Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd.
Landschappelijk ligt het plangebied op verspoeld dekzand met daaromheen vlaktes van rivierafzettingen. De rivier in kwestie is de Vecht die volgens de paleogeografische kaarten als sinds het Paleolithicum aanwezig is in de omgeving van het plangebied. De hoge gronden langs de Vecht vormen sinds de Prehistorie een droge en begaanbare corridor of zelfs een plek om te wonen. Het plangebied is gesitueerd in de oude Vechtdelta die vanaf het Neolithicum tot aan het begin van de jaartelling is gemigreerd tot zijn hedendaagse ligging. Gedurende de migratie was het plangebied bedekt onder een groot pakket veen. De rivierdelta zorgt voor een dynamisch landschap dat pas is getemd naarmate de Vecht is bedijkt gedurende de Middeleeuwen. Het plangebied zal niet permanent boven het water hebben uitgestoken, vandaar dat de geomorfologie het aanduidt als verspoeld dekzand.
Voor de resten vanaf het Paleolithicum tot en met de Vroege Bronstijd geld voor de onbebouwde delen van het plangebied een laag archeologische verwachting. Dit komt door de hogere ligging van het dekzand in het gebied en de nabijheid van de rivier. Rondom het plangebied zijn daarentegen wel beter bewoonbare dekzanden te vinden die hoger en droger zijn gelegen.
Voor de resten vanaf de Midden-Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt in het gehele onverstoorde deel van het plangebied een lage archeologische verwachting. Het plangebied was in deze periode met veen bedekt, waardoor het als onaantrekkelijk wordt geacht voor menselijke activiteiten.
Vanaf de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd geldt een middelhoge archeologisch verwachting voor het uiterlijke zuidoostelijk deel van het plangebied dat is gelegen in de archeologische attentiezone. In het overige onbebouwde deel van het plangebied geldt een laag archeologische verwachting. Als gevolg van veen ontginning en de bedijking van de Vecht konden menselijke activiteiten langduriger plaatsvinden. Maar historisch kaartmateriaal laat pas zien dat de eerste bebouwing aan het einde van de 19e eeuw voorkomt, en dat het plangebied is gelegen buiten de historische kern van de Marshoek.
Grote delen van het plangebied zijn verstoord door moderne stallen die hoogstwaarschijnlijk kelders bevatten. Mogelijke archeologische resten zijn daardoor al verloren gegaan waardoor de archeologische verwachting in het plangebied daalt.
Volgens de bouwplannen wordt er vooral verstoord op vrijgestelde of al bebouwde delen in het plangebied. In bijna het hele plangebied is een laag archeologische verwachting opgesteld. Alleen de archeologische attentiezone kent een middelhoge archeologische verwachting, maar hier worden geen bouwplannen gerealiseerd. We adviseren daarom dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en dat het plangebied kan worden vrijgegeven.
De implementatie van dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Dalfsen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, O. Satijn.
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).