In opdracht van de gemeente Vianen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in juli 2007 een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen woningbouw in het plangebied Sluiseiland in de gemeente Vianen. Doel van het bureauonderzoek was het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Kenmerkend voor het plangebied is de ligging van het Merwedekanaal direct ten oosten ervan. De voorganger van dit kanaal en een sluis uit circa 1820 lagen ter plaatse van het huidige plangebied. Bij de aanleg zullen eventueel aanwezige archeologische resten uit oudere perioden zijn verstoord. De resten van de sluis kunnen in de ondergrond aanwezig zijn. Geadviseerd wordt om de waarde ervan vast te stellen door middel van een proefsleuvenonderzoek. Tevens wordt aanbe- volen om bij het ontwerp van de nieuwbouw de locatie van het kanaal en de sluis in te passen. De sluis zelf zou weer zichtbaar gemaakt kunnen worden. Voor het zuidelijke deel van het plangebied geldt een hoge trefkans voor vind- plaatsen vanaf het Neolithicum op de Vuylkoop stroomgordel. Onder de Vuylkoop stroomgordel bevindt zich mogelijk een oudere stroomgordel: de Autena stroom- gordel. Op deze stroomgordel kunnen archeologische vindplaatsen uit het Neolithicum voorkomen. Het is onduidelijk of deze stroomgordel in het plangebied aanwezig is. Bovendien kan de Vuylkoop stroomgordel de oudere Autena stroom- gordel grotendeels hebben geërodeerd of opgeruimd. In dit gedeelte van het plangebied is ook bebouwing aanwezig. Afhankelijk van de diepteligging van de eventueel aanwezige, archeologische resten en de diepte van de funderingen kunnen deze archeologische resten (gedeeltelijk) zijn verstoord. Aanbevolen wordt om een verkennend booronderzoek uit te voeren om de aan- wezigheid, diepteligging en aard van de stroomgordels, mate van erosie en de aanwezigheid van verstoringen vast te stellen. Indien hieruit blijkt dat geologisch gezien in (een gedeelte van ) deze zone archeologische vindplaatsen kunnen voor- komen, is voor (gedeelten van) deze zone een karterend onderzoek noodzakelijk. In het noorden van het plangebied kunnen ten oosten van de Zomerdijk Archeologische resten voorkomen van middeleeuwse lintbebouwing. Een booronderzoek wordt aanbevolen om vast te stellen of nog resten hiervan aanwezig zijn of zijn verdwenen tijdens de kanaalaanleg. Mogelijk bevinden zich ook de resten van de middeleeuwse Lekdijk en de Hagenweg in het plangebied. Deze wegen zijn echter nog grotendeels aanwezig ten oosten van het plangebied. Behoud ervan en onderzoek ernaar vormt derhalve geen toegevoegde waarde. duidelijk of de bebouwing hiervan binnen of buiten het plangebied lag. De omvang van de bebouwing zal gering zijn geweest. Daarom is het lastig de blekerij te lokaliseren met een booronderzoek of proefsleuvenonderzoek. Een booronderzoek is bovendien niet geschikt, omdat daarmee niet kan worden bepaald of de blekerij wordt aangeboord of eventueel aanwezige andere bebouwing in het plangebied. De meest praktische manier om onderzoek te doen naar de aanwezigheid van de blekerij is om tijdens de bouwwerkzaamheden de bodemingrepen plaats te laten vinden onder archeologische begeleiding. Geadviseerd wordt de resultaten van het proefsleuvenonderzoek naar de resten van de Blekerij in plangebied Varkenswei af te wachten, voordat een definitieve beslissing wordt genomen over de inzet van een archeologische begeleiding.