Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld
voor het plangebied. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied omstreeks de ijzertijd van een zeegeul in een getijdenzone ten zuiden van een strandwal veranderde. Aan het einde van de late middeleeuwen hebben zich duinen rond het plangebied gevormd en tijdens de nieuwe tijd ligt het gebied op de grens tussen de duinen en de kwelder.
Uit het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. Uit de omgeving zijn
enkele archeologische resten bekend uit de nieuwe tijd. Het gebied grenst in het zuiden aan de oude dorpskern van Nes (AMK-terrein 15052). Op alle geraadpleegde historische kaarten is geen bebouwing weergegeven in het plangebied.
De bodem bestaat in het plangebied van boven naar beneden hoofdzakelijk uit 1) een bouwvoor, 2) een deels intact zandpakket met enkele puin- en aardewerkspikkels en 3) een intacte laag van grijsgeel duinzand. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied is dit tweede zandpakket dikker dan in de overige boringen. Bij boringen in het zuiden van het plangebied is de derde laag van uitgangsmateriaal anders van kleur dan in het noorden van het plangebied namelijk lichtgeelgrijs.
De baksteenspikkels die in de bouwvoor en het onderliggende zandpakket zijn
aangetroffen kunnen van elders afkomstig zijn of van de sloop van omliggende bebouwing. Gezien de diepere ligging van de derde laag van uitgangsmateriaal en de aanwezigheid van het stukje hout in boring 4 heeft mogelijk een boom of stuik gestaan ter hoogte van deze boring. In boring 7, in de zuidwestelijke hoek van het plangebied zijn enkele archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat om stukken houtskool en twee scherven aardewerk tussen de 60 en 95 centimeter beneden maaiveld. Ook boring 8, een paar meter oostelijk, bevatte houtskoolspikkels.