Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (23127.001) Bielderweg 19 te Harfsen

DOI

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het merendeel van het plangebied een hoge archeologische verwachting voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen, vanwege de ligging op een dekzandrug. De uiterst noordelijke strook van het noordelijk gelegen terreindeel ligt binnen een dalvormige laagte en heeft daarom een lage verwachting voor deze perioden. De hoger gelegen dekzandruggen hadden een gunstige ligging voor jager-verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Vroeg-Neolithicum) als tijdelijke nederzettingslocatie (jachtkampementen). Ook voor landbouwers waren de dekzandruggen de meest gunstige locaties. De grootte van de dekzandruggen vormde voldoende areaal aan goed ontwaterde gronden voor landbouw. Eerder uitgevoerde onderzoeken uit de omgeving hebben in veel gevallen geresulteerd in het aantreffen van een verstoorde bodem, dan wel een bodem zonder archeologische indicatoren. Archeologische vindplaatsen zijn tot op heden niet aangetroffen, echter het aantal uitgevoerde onderzoeken binnen het onderzoeksgebied is vrij beperkt. In de eerste helft van de 19e eeuw is een boerenerf ontstaan ter plaat-se van het huidige erf aan de Bielderweg 19, ter hoogte van de bestaande woonboerderij. De verwachting is dan ook hoog op het voorkomen van begin 19e-eeuwse resten in de oostelijke helft van het noordelijk gelegen terreindeel (ondergrondse restanten van steenbouw, bijvoorbeeld in de vorm van muurresten/funderingen). Wel hebben binnen het agrarisch bedrijfsterrein hebben in ieder geval gedurende de tweede helft van de 20e eeuw verschillende keren nieuwbouwwerkzaamheden plaatsgevonden (vooral nieuwbouw/uitbreiding van veestallen), welke gepaard zijn gegaan met bodemverstorende ingrepen/vergravingen. Het zuidelijk gelegen woonerf (nr. 17A) is pas in de tweede helft van de 20e eeuw ontstaan.

Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten zien dat er tot variërende diepte, tot minimaal 60 en maximaal 110 cm -mv, bodemverstorende ingrepen/vergravingen hebben plaatsgevonden. Het merendeel van de gezette boringen laten hieronder en een scherpe overgang zien direct naar de C-horizont (dekzandafzettingen, onderin overgaand in ten dele verspoelde dekzandafzettingen/ten dele verspoelde, leemrijke dekzanden). Alleen bij enkele verspreid van elkaar gelegen boringen en onder het verstoringsniveau, oogt een enkele decimeters (5 tot 35 cm) dikke laag donkerbruingeel en anders direct lichtbruingeel gekleurd, zwak siltig, zeer fijn zand als een nog aanwezig (zeer) dun restant van een Bhe- dan wel direct de BC-horizont van waarschijnlijk de van nature gevormde veldpodzolbodem. Er kan echter gesteld worden dat de resultaten van de verkennende boringen geen aanleiding geeft voor de aanwezigheid van een terreindeel van enige omvang waar nog sprake kan zijn van een (deels) intacte bodemopbouw. Verder zal de nieuwbouw worden uitgevoerd ter hoogte van boringen waar geroerde/verstoorde lagen grond op C-horizont zijn aangetroffen.

Ook is in geen van de boringen is archeologisch relevant vondstmateriaal waargenomen in het opgeboorde en vervolgens verkruimelde bodemmateriaal. De plaatselijke vermenging met resten/brokjes beton- en baksteenpuin betreffen zeer waarschijnlijk sloopafvalresten dan wel resten die in de grond vermengd zijn geraakt tijdens bouwwerkzaamheden, welke frequent gedurende de tweede helft van de 20e eeuw hebben plaatsgevonden (zie bureauonderzoek). Tevens blijkt uit de meeste boringen dat de bodem verstoord is tot minimaal dan wel in de oorspronkelijke top van de C-horizont en ontbreekt het aan mogelijke vegetatie- dan wel oudere cultuurlagen. Daarmee wordt de kans klein geacht op de aanwezigheid van in situ gelegen archeologische resten.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om nog intacte restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij voor het merendeel van het plangebied nog een hoge archeologische verwachting gold voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen en voor de oostelijke helft van het noordelijk gelegen terreindeel nog een hoge verwachting voor de perioden Nieuwe tijd B/C (vanaf begin 19e eeuw), dient bijgesteld te worden naar een lage verwachting.

Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek, waardoor de archeologische verwachting voor het gehele plangebied bijgesteld kan worden naar een lage verwachting, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Binnen het merendeel van het plangebied hebben reeds omvangrijke bodemverstorende ingrepen/vergravingen plaatsgevonden en verder is er geen aanleiding meer voor de aanwezigheid van een terreindeel van enige omvang waar nog sprake kan zijn van een (deels) intacte bodemopbouw.

Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Lochem, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door de heer H.G. Pape-Luijten, regio-archeoloog Stedendriehoek, d.d. 14 september 2023). Met bovenstaand advies wordt ingestemd.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/AR/SAXWFP
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/AR/SAXWFP
Provenance
Creator Broeke, ten, E.M.
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor Broeke, ten, E.M.; Econsultancy; Broeke, E.M. ten
Publication Year 2023
Rights CC-BY-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
OpenAccess true
Contact Broeke, ten, E.M. (Econsultancy)
Representation
Resource Type Archeologisch prospectief onderzoek; Dataset
Format application/pdf
Size 7683643
Version 1.0
Discipline Humanities
Spatial Coverage Doetinchem