In opdracht van Van Dijk Geo en Milieutechniek B.V. heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Dorpsstraat 44 in Nieuwegein. In het plangebied zal een horecagelegenheid met appartementen worden gebouwd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een aanvraag en revisie van een bouwvergunning en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. In het plangebied is waarschijnlijk een ophogingspakket aanwezig met daarin archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Deze resten bestaan waarschijnlijk uit funderingsrestanten, waterputten, beerputten, afvalkuilen en andere bewoningssporen. Aan de oostzijde van de locatie zijn de fundamenten van het in 2005 afgebrande rijksmonument nog zichtbaar aanwezig. Het betreft een woning uit de 19e eeuw. Ook op kaarten vanaf ca. 1600 wordt hier bebouwing weergegeven. De kans is dan ook groot dat de fundamenten van deze oudere bebouwing nog onder de funderingen van het rijksmonument bewaard gebleven zijn. In de top van de oeverafzettingen van de Lek kunnen nog de archeologische resten uit de 14e en 15e eeuw aanwezig zijn van de oudste woonfase van Vreeswijk langs de Vaartse Rijn. Deze resten manifesteren zich waarschijnlijk als een humeuze, kalkloze laag met daarin kleine fragmenten houtskool, aardewerk en bouwmateriaal.Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn drie boringen gezet. Omdat twee van de drie boringen gestuit zijn, is besloten om de nabijgelegen boringen uit het milieuhygiënisch onderzoek bij het onderzoek te betrekken.Op basis van het uitgevoerde onderzoek is gebleken dat ondergrond van het plangebied bestaat uit komafzettingen. Hierop zijn oeverafzettingen van de Lek afgezet. De top van de oeverafzettingen is zwak humeus en bevat fragmenten bouwmateriaal. Waarschijnlijk hangen deze archeologische indicatoren samen met de eerste bewoningsfase van Vreeswijk en de daarbij behorende sporen. Hierboven bevindt zich een ophogingspakket van ongeveer 1 tot 1,2 m dik, waarin een scherf aanwezig was die waarschijnlijk in de 18e eeuw n. Chr. te dateren is. De fundamenten van de woning uit de 19e eeuw in het oosten van het plangebied zijn nog in de bodem aanwezig. In boring 2, aan de achterzijde van de voormalige woning is waarschijnlijk een beerput aangeboord. In het plangebied zijn op basis van het uitgevoerd bureau en booronderzoek archeologische waarden aanwezig, die door de sanering en de nieuwbouw verstoord zullen worden. Om van deze waarden de gegevens te kunnen documenteren en het materiaal veilig te stellen, adviseert ADC ArcheoProjecten om in het plangebied een opgraving uit te voeren. Hierbij dient rekening gehouden te worden met twee archeologische niveaus; namelijk de top van de oeverafzettingen met daarin mogelijk sporen die behoren tot de eerste bewoningsfase van Vreeswijk en het daarboven gelegen zandige ophogingpakket met daarin sporen uit de Nieuwe tijd. Bij de opgraving zal zoveel mogelijk rekening gehouden worden met de geplande bouwwerkzaamheden en de sanering in het westen van het plangebied. Om de top van de oeverafzettingen goed te kunnen onderzoeken zullen de funderingen van de woning uit de 19e eeuw waar nodig verwijderd worden. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.
Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek