Archeologisch onderzoek gebouw warmtewinning en tankfundering Heineken ZW

DOI

In mei 2019 heeft Antea Group, in opdracht van Heineken N.V., een actualisatie van het archeologisch bureauonderzoek uit 2016 uitgevoerd voor het gehele Heineken-terrein in Zoeterwoude.1 Hierin is vastgelegd dat toekomstige werkzaamheden binnen het terrein worden onderzocht door middel van een opleg-notitie waarin de voorgenomen werkzaamheden worden gelegd naast de resultaten van het bureauonderzoek. Geadviseerd werd om bij toekomstigeontwikkelingen in niet bebouwde delen met een hoge en een gematigde verwachting te onderzoeken middels een verkennend booronderzoek van 10 boringen per ha. Van deze boringen dienen er negen tot 2 m – mv en één tot 4 m – mv. gezet.Uit het bureauonderzoek blijkt onderhavig plangebied Weipoortse Vliet Heineken-terrein gelegen in een zone met het vigerende bestemmingsplan ‘Barrepolder’ uit 2011. Hier geldt voor het plangebied de dubbelbestemming waarde archeologie-2. Dit houdt in dat er archeologisch (voor-)onderzoek dient plaats te vinden bij bodemingrepen groter dan 100 m2 of dieper dan 50 cm.Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er voor het plangebied een middelhoge verwachting geldt voor het Neolithicum. Voor de IJzertijd en Romeinse tijd geldt een hoge verwachting. Voor de vroege middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting en voor de middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een middelhoge verwachting. Het is mogelijk dat de bodem deels verstoord is geraakt door bouwwerkzaamheden of afkleien in het verleden, maar deomvang hiervan is niet bekend. De verwachting is echter dat de bodem van de onbebouwde delen grotendeels onverstoord zal zijn.De opdrachtgever is voornemens om de nieuwbouw van distributiepompen, een stratificatietank en een warmtepomp installatie te realiseren (totaal oppervlakte van circa 343 m2). Hierbij zal de bodem worden verstoord. Omdat het om twee kleine afzonderlijke locaties gaat is er voor gekozen om per locatie drie boringen uit te voeren (2 tot 2 m-mv en 1 tot 4 m-mv). Met het verkennende booronderzoek wordt de intactheid van het bodemprofiel en de geologische opbouw in beeld gebracht waarmee kansrijke zones voor archeologische waarden bepaald worden.Resultaten BooronderzoekTijdens het booronderzoek zijn 2 archeologische niveaus aangetroffen, wel te verstaan laag 4 en 6/(5). Laag 4, ter plaatse van boringen B004 t/m B007 betreft een intact archeologisch niveau, een antropogeen pakket bestaande uit zandige klei en kleiig zand waarin grindlagen zijn aangetroffen. Hierin bevinden zich resten uit de Romeinse tijd waarmee de hoge verwachting voor het aantreffen van Romeinse resten bevestigd is. Het betreft vermoedelijk een deel van het weglichaam van de Romeinse limesweg, maar ook zou gedacht kunnen worden van een brug met landhoofd of dam in het riviertje dat vanuit het zuiden in de Oude Rijn uitkwam.Laag 6/(5) betreft een intact archeologisch niveau, direct onder laag 4, een natuurlijke afzetting (oeverafzetting) waarin een dun niveau met aardewerkresten uit de Romeinse tijd is aangetroffen, waarmee de hoge verwachting hierop bevestigd is. Mogelijk behoort deze laag tot een afzetting van een riviertje dat vanuit het zuiden in de Oude Rijn stroomde. Hiertoe behoort mogelijk ook de als natuurlijk pakket geïnterpreteerde laag 5, welke bestaat uit sterk en matig siltige klei. In de top van deze laag kunnen naast resten uit de Romeinse tijd ook resten uit het Neolithicum en de vroege middeleeuwen worden aangetroffen. De middelhoge verwachting voor het aantreffen van resten uit het Neolithicum en de vroege middeleeuwen blijft daarmee gehandhaafd.(Selectie)adviesAanbevolen wordt om alleen ter plaatse van boringen B004, B007, B005 en B006 (het gehele deelgebied ten oosten van de Weipoortse Vliet) nader te onderzoeken middels een proefsleuvenonderzoek. Het proefsleuvenonderzoek dient ervoor om de aard van de aangetroffen archeologische niveaus (de vindplaats uit de Romeinse tijd) nader te bepalen. Het besluit om tot de uitvoer van het geadviseerde proefsleuvenonderzoek te komen zal afhankelijk zijn van het aantal en de dichtheid van de benodigde heipalen op de locatie van deze boringen. Het selectieadvies en het selectiebesluit zal daarom deels afhankelijk zijn van het heipalenplan en de eventuele mogelijkheid om dit aan te passen. Indien gekozen wordt voor het afzien van het gebruik van heipalen op de locatie van de boringen 004 tot en met 007 en als deverstoringsdiepte minder is dan 1,30 meter –mv kan afgezien worden van verder archeologisch onderzoek.Ter plaatse van de westelijke deellocatie (boringen B001 t/m B003) is geen duidelijke vindplaats aangetroffen. De aan te leggen kelder wordt gegraven binnen de 17-19e-eeuwse slootvulling (B001). Hier wordt dan ook geadviseerd de voorgenomen graafwerkzaamheden zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren.De implementatie van de bovenstaande aanbeveling(en) is afhankelijk van het oordeel van de bevoegde overheid, in deze de provincie Zuid-Holland. Dit rapport is daarom voorgelegd aan het bevoegd gezag. Op 11-03-2020 ging het bevoegd gezag akkoord met het gegeven advies.

Date Submitted: 2022-03-16

Identifier
DOI https://doi.org/10.17026/DANS-Z9C-URR5
Metadata Access https://archaeology.datastations.nl/oai?verb=GetRecord&metadataPrefix=oai_datacite&identifier=doi:10.17026/DANS-Z9C-URR5
Provenance
Creator V Uffink
Publisher DANS Data Station Archaeology
Contributor K Huet, van; M van Dasselaar
Publication Year 2022
Rights CC-BY-NC-SA-4.0; info:eu-repo/semantics/openAccess; http://creativecommons.org/licenses/by-nc-sa/4.0
OpenAccess true
Contact K Huet, van (Ante Group)
Representation
Resource Type Dataset
Format application/pdf; application/zip
Size 6162410; 23542
Version 1.1
Discipline Humanities