In opdracht van gemeente Ubbergen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 9 december 2008 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met planontwikkeling in de gemeente Ubbergen. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen (nieuwbouw, aanleg van sportvelden en natuurontwikkeling) zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Ter aanvulling van reeds bekende archeologische gegevens van het inventariserend veldonderzoek (IVO) is besloten om aanvullende boringen te plaatsen in het centrale deel van het plangebied (Flokstra, 2008). Om een planontwikkeling op te stellen die voorziet in een maximaal behoud van de archeologische waarden in het plangebied, zijn door de opdrachtgever 14 extra boorlocaties aangegeven, waarbij de exacte vondstdiepte moest worden vastgesteld.Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen (§ 1.3) kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen vermoedelijk archeologische waarden zullen worden verstoord. Meer specifiek zijn de volgende bevindingen van belang: in het centrale deel van het plangebied is een (reeds bekend) nederzettingsterrein aangetroffen met een datering in de (Late) IJzertijd t/m Late Middeleeuwen. Er dient te worden opgemerkt dat het in alle gevallen de voorkeur verdient de te vergraven oppervlakken op te hogen, waardoor de afstand tot de archeologische laag kunstmatig kan worden vergroot. Duurzaam behoud in dit deel van het plangebied kan dan gewaarborgd zijn. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de aanleg van sloten, drainage en andere diepe(re) bodemverstorende activiteiten. Gezien de ondiepe ligging van de kwetsbare vindplaats, direct onder de bouwvoor vanaf 30 cm -Mv, is het aan te raden in een vroeg stadium vervolgonderzoek uit te laten voeren. De vastgestelde paleogeografische opbouw van het plangebied komt goed overeen met de bevindingen van het bureauonderzoek.Op basis van de resultaten van onderhavig onderzoek in plangebied Leuth Zuidoost-2 wordt aanbevolen om aanvullend archeologisch onderzoek te laten verrichten op die locatie(s) waar de intacte archeologische laag niet in situ bewaard kan blijven. Indien op basis van de gegevens van het inventariserend veldonderzoek wordt besloten dat de vindplaats niet kan worden behouden, is het wenselijk zo snel mogelijk een vervolgonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) uit te laten voeren. Een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) behoort conform de KNA versie 3.1 plaats te vinden op basis van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek te worden opgesteld door een senior-archeoloog. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 53 van de Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 (directe) aanmelding van de desbetreffende vondsten bij het bevoegd gezag (gemeente Ubbergen) verplicht.Met betrekking tot de bevindingen van onderhavig bureauonderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag van de gemeente Ubbergen.