Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoekOp basis van het in 2018 uitgevoerde bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied een hoge verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum – Vroege-Middeleeuwen, vanwege de verwachte ligging op een rivierduin langs de oever van de Oude IJssel. Tevens is de verwachting zeer hoog op het aantreffen van archeologische waarden uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Het plangebied ligt namelijk in/nabij een historisch bekend gehucht De Hoop, dat bekend is van een watermolen uit 1230 en een kerk direct ten zuiden van het plangebied uit 1776. Geadviseerd is een aanvullend archeologisch onderzoek te laten uitvoeren direct in de vorm van Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). De Omgevingsdienst Achterhoek heeft echter adviseert om bij ingrepen kleiner dan 250 m² en dieper dan 30 cm -mv de lokale afdeling van amateur archeologen mee te laten kijken bij de graafwerkzaamheden en dat bij grotere ingrepen eerst (voorafgaand) een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek dient te worden uitgevoerd.Resultaten inventariserend veldonderzoekHet inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) bevestigen de ligging van het westelijke/centrale deel van het plangebied op een met rivierduinzand afgedekt terrasrest (vermoedelijk een restant van een hooggelegen terrasrest). Een tussenliggende laag van sterk kleiig zand, tussen gemiddeld 125 en 140 cm -mv, betreft de Laag van Wijchen. Het pakket rivierduinzand zal van oorsprong niet dikker zijn geweest dan een meter. Hierin is wel van nature een vorstvaaggrond tot ontwikkeling gekomen, waarbij het feitelijke gaat om een moderpodzolbodem (ook wel aangeduid als een bruine bosgrond). Een intact restant van een verbruinings-/verwerings-Bw-horizont is nog duidelijk herkenbaar. Verder is door intensieve bewerking een sterk antropogeen bewerkte bovengrond dan wel een oude woongrond ontstaan tot gemiddeld 70 cm -mv, met hierin vermengd resten/brokken baksteen/bouwpuin en houtskoolspikkels. Goed mogelijk gaat het (gedeeltelijk) om opgebrachte grond/een antropogene ophoging. Vanaf het centrale naar het oostelijke deel van het plangebied ligt een scherpe overgangszone naar een deel van de voormalige geul van de Oude IJssel. Grof, grindrijk rivierzand is hier circa 1,5 meter dieper aangetroffen ten opzichte van NAP (van 11,3 naar 9,8 m +NAP, waarmee het feitelijk een terrasrand vormt), waarbij het geresedimenteerd beddingzand van de Oude IJssel betreft zoals deze nog bestond voordat het deel van de geul ter plaatse/nabij het plangebied werd gekanaliseerd. Boven de beddingafzettingen is een pakket restgeulafzettingen aanwezig van gemiddeld 50 cm -mv dik. De bovenste 90 tot 155 cm van de bodemopbouw in het oostelijke deel van het plangebied betreft een gestort pakket grond. Dit opvullen van het terreindeel zal in de tweede helft van de 19e eeuw hebben plaatsgevonden, om daarmee het gehele plangebied geschikt te maken als woonerf.Naast resten/brokken baksteen/bouwpuin en houtskoolspikkels zijn in de antropogeen bewerkte bovengrond/oude woongrond fragmenten steengoed en een fragment van een kleipijp aangetroffen. Tevens zijn fragmenten faience in de restgeulafzettingen aangetroffen en dit betreffen zeer waarschijnlijk gedumpte afvalresten. Het vormen duidelijke aanwijzingen dat er in ieder geval in de 18e eeuw sprake was van bewoningsactiviteiten/een woonerf in het westelijke/centrale deel van het plangebied (en daarmee de mogelijke aanwezigheid van een voorloper van bebouwing welke zichtbaar is op gedetailleerd historisch kaartmateriaal uit het begin van de 19e eeuw (zie bureauonderzoek).ConclusieOp basis van de aangetroffen bodemopbouw en de archeologische indicatoren wordt geconcludeerd dat er binnen het westelijke/centrale deel van het plangebied nog restanten kunnen worden verwacht van een historisch erf/historische huisplaats uit de 18e eeuw. In situ gelegen resten, sporen en structuren (bijvoorbeeld muurwerk, funderingsresten, water-/beerputten) kunnen daarbij al worden verwacht in de antropogeen bewerkte bovengrond/oude woongrond. Archeologische sporen zullen zeker intact worden aangetroffen direct onder de antropogeen bewerkte bovengrond/oude woongrond, ingegraven in de Bw-horizont van de oorspronkelijke vorstvaaggrond. Door de voorgenomen ingreep (nieuwbouw van een woning, aanleg van nutsvoorzieningen en verdere inrichting van toekomstige tuin, waarbij graafwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd tot een minimale diepte van 1 m -mv) zal binnen het plangebied de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats(en) verstoord worden.AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om het westelijke/centrale deel van het plangebied (circa 875 m²) een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De aangetroffen bodemopbouw en het vondstmateriaal, dat de historische ontwikkeling vanuit het eerder uitgevoerde bureauonderzoek bevestigd, duidt op mogelijke restanten van een historisch erf/historische huisplaats uit de 18e eeuw. Behoud van een dergelijk mogelijk aanwezige archeologische vindplaats zal niet mogelijk zijn bij een niet aangepaste uitvoering, zoals voorgesteld in het inrichtingsplan. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P).Voor het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Doetinchem).
Date Accepted: 09-12-2021
Date Accepted: 2021-12-09