Binnen OM 24894 zal een AB en een IVO-P plaatsvinden. Deze melding betreft de AB van het graven van asbestsleueven. Op basis van de resultaten van het door Grontmij uitgevoerde onderzoek heeft de bevoegde overheid besloten om een vervolgonderzoek door middel van een archeologische begeleiding van het noodzakelijke milieukundige en asbestonderzoek binnen deelgebied 1 en een Inventariserend Veldonderzoek middels proefsleuven in deelgebied 2 op te leggen. Het veldonderzoek is uitgevoerd op 24 augustus 2010 (AB deelgebied 1) en 4 en 5 november 2010 (IVO-P deelgebied 2). Er zijn in totaal 10 proefsleuven: 5 proefsleuven in deelgebied 1 en 5 proefsleuven in deelgebied 2 (zie de kaartbijlagen). In deelgebied 1 (zie afbeelding 2) zijn de proefsleuven (WP 1-5) haaks op de (verwachte) gedempte gracht aangelegd tot maximaal 1,92 m - mv. In deelgebied 2 zijn de proefsleuven (WP 6-10) in een verspringend grid aangelegd tot maximaal 1,03 m - mv. Het vlak is aangelegd in de top van de intacte (niet verstoorde) oeverafzettingen. In WP 1 (deelgebied 1) zijn in het uiterste zuidwesten van de proefsleuf twee sporen aangetroffen (sporen 2 en 3), bestaande uit muurwerk. Op basis van het steenformaat kunnen beide sporen in de 14e - 15e eeuw worden gedateerd en hangen zeer waarschijnlijk samen met de thans verdwenen oude adellijke hoeve 'de Roode Wald'. Of het hier gaat om daadwerkelijke muurdelen van de hoeve of dat het een beschoeiing is van de gracht is niet duidelijk geworden. De bodemopbouw binnen deelgebied 1 kenmerkt zich door de aanwezigheid van een maximaal 1,92 m diepe gracht die is gevuld met een enorme hoeveelheid grof puin, baksteen, grind en zandige klei. Hieronder bevindt zich de originele grachtvulling, bestaande uit een zwarte sliblaag van sterk humeus, iets kleiig zand.Het veldonderzoek ter plekke van deelgebied 2 heeft aangetoond dat er in ieder geval binnen de eerste meter - mv geen reden is om te veronderstellen dat zich hier een (restant) van een vroegmiddeleeuws grafveld bevindt.