In opdracht van Victor Adams Beleggingen B.V. heeft Aeres Milieu in februari 2023 een inventariserend en waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd op de locatie aan de Bosstraat 73 te Swalmen in de gemeente Roermond. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Roermond (2011) in een zone met een hoge archeologische verwachting.
Tijdens het onderzoek is een deels intacte bodem aangetroffen. De natuurlijke ondergrond bestaat op basis van het bureauonderzoek uit dalvlakteterras afzettingen van de Formatie van Beegden. De terrasafzettingen bestaan uit zwak siltig, matig tot zeer grof grindrijk zand. De natuurlijke ondergrond bevindt zich op een diepte van circa 50 tot 60 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van 25,96 tot 25,83 meter +NAP.
Binnen een groot deel van het plangebied is de top van de bodem verstoord. Hierdoor ontbreekt de oorspronkelijke bodemopbouw grotendeels. In één van de profielen is een Ap-horizont (ploeghorizont) waargenomen. Terwijl er in de overige profielen sprake is van een Aa-horizont die het maaiveld vormt. Dit is ontstaan ten gevolgen van recente verstoringen binnen plangebied. Deze laag is geduid als de Aa1-horizont. Onder de recente verstoring ligt een tweede antropogeen opgebracht pakket (de Aa2-horizont). Het pakket van de A-horizont is 50 tot 60 centimeter dik. Hieronder ligt een verbruiningslaag, de Bw-horizont. Kenmerkend hiervoor is dat deze laag, onder invloed van interne verwering, bruin kleurt. Dit geldt ook voor eventueel aanwezige archeologische sporen, waardoor voornamelijk alleen recente sporen zich aftekenen op dit niveau of vondstcluster. Daarom is ter controle een tweede vlak aangelegd om eventueel dieper reikende delen van sporen op te sporen. Deze werden niet waargenomen. In de C-horizont is een banden-B horizont waargenomen.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn enkele recente en natuurlijke sporen aangetroffen. De recente sporen hangen vermoedelijk samen met de voormalige bebouwing die aanwezig was binnen het plangebied. Spoor 997 is een natuurlijke geul, het is niet bekend wanneer deze watervoerend is geweest; vermoedelijk ten tijde dat het terras gevormd werd. Binnen het plangebied zijn geen archeologisch relevante sporen aangetroffen, die duiden op bewoning of menselijke activiteiten. Er zijn geen archeologische vondsten aangetroffen. Daarom kan aangenomen worden dat er geen vindplaats aanwezig is geweest in het plangebied.
Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn binnen de grenzen van het plangebied geen archeologische sporen of vondsten
aangetroffen. Dit betekent dat er geen vindplaats is aangetroffen binnen het plangebied. De archeologische verwachting binnen
het gehele plangebied wordt om die reden ook bijgesteld naar laag. Door het ontbreken van sporen en vondsten is er geen
aantoonbare aanwezigheid van bewoning en/of gebruik van het plangebied vóór de (sub)recente periode.
Voor het plangebied wordt om bovenstaande redenen geen archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk geacht.