Synthegra heeft in opdracht van VanWestreenen een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Banningweg 5 in Groenlo. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een stal.Archeologische interpretatie veldonderzoekDe bodem in het plangebied wordt overwegend gekenmerkt door de aanwezigheid van een plaggendek, waaronder de BC-horizont van de podzolgrond is aangetroffen.Vuursteenvindplaatsen bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen. Vuursteenvindplaatsen worden vooral in de bovengrond van de podzolgrond (Apb- en E- horizont) aangetroffen, aangezien de bovengrond van de podzolgrond is opgenomen in de onderkant van het plaggendek zullen eventuele vuursteenvindplaatsen niet meer intact aanwezig zijn. De middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum en mesolithicum kan daarom op laag worden gesteld.Nederzettingsresten uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten vuursteen of aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C- horizont reiken en zijn mogelijk nog intact. Aangezien in het plangebied overwegend een restant van de B- horizont van de podzolgrond is aangetroffen, kan geconcludeerd worden dat de top van de C-horizont nog grotendeels intact is. Daarom kan de hoge verwachting om archeologische waarden uit de perioden neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen aan te treffen voor het plangebied worden gehandhaafd. De lage verwachting voor de periode late middeleeuwen kan eveneens worden gehandhaafd vanwege het ontbreken van vondsten uit deze periode. En de hoge verwachting voor het verwachte hoornwerk kan op basis van het veldwerk naar laag worden bijgesteld, voor de beide raaien die zijn onderzocht. Dit neemt niet weg dat resten van het voormalige hoornwerk elders in het plangebied wel aanwezig kunnen zijn.AanbevelingOp basis van de resultaten van het booronderzoek is de aanwezigheid van resten van het voormalige hoornwerk in het plangebied niet uit te sluiten. Wij adviseren een vervolgonderzoek in de vorm van een Archeologische Begeleiding van de grondwerkzaamheden om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor een Archeologische Begeleiding is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE worden de werkwijze en de randvoorwaarden van de Archeologische Begeleiding vastgelegd.