In opdracht van Fresh Park Venlo heeft ADC ArcheoProjecten een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Brandakkersweg bij Grubbenvorst (gemeenten Horst aan de Maas en Venlo). In het plangebied zal een natuurgebied aangelegd worden.Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een wijziging in het bestemmingsplan en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.Op basis van het bureauonderzoek werden in het hele plangebied archeologische resten verwacht uit alle archeologische perioden behalve het Vroeg- en Midden-Paleolithicum. Het vondstniveau wordt verwacht onderin het plaggendek en in de top van de oorspronkelijke C-horizont; hier wordt ook wel van 'cultuurlaag' gesproken. Archeologische sporen zullen zich naar verwachting bevinden tot ongeveer 25 cm in de top van de C-horizont.Teneinde deze verwachting te toetsen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn 24 boringen tot een gemiddelde diepte van 110 cm gezet.De ondergrond van het plangebied bestaat uit dekzand. In het midden van het plangebied is de top van de C-horizont intact, hier was de top van de C-horizont namelijk verbruind. In het overige deel van het plangebied is geen verbruining van de C-horizont gevonden, in deze delen van het plangebied is het niet zeker of de top van de C-horizont bewaard is gebleven. De C-horizont wordt in het hele plangebied overdekt door een ca. 45 tot 90 cm dik plaggendek. Het plaggendek is opgebouwd uit twee pakketten die duiden op een gefaseerde wijze van ontstaan. Het bovenste pakket is (sub)recentelijk omgewerkt.ADC ArcheoProjecten adviseert om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling, indien de bodemingrepen zich beperken tot maximaal 35 cm -mv. Het is niet uit te sluiten dat binnen de vrijgegeven diepte nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij het bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.Indien de bodemingrepen dieper reiken dan 35 cm -mv, wordt geadviseerd een archeologische begeleiding uit te voeren, teneinde gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken. De archeologische begeleiding dient hetzelfde doel als een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P). De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE).
Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek